Persbericht

Grote rol voor het Europese bos in nieuwe bio-economie

Gepubliceerd op
11 februari 2015

Het Europese bos en de bosbouwsector kunnen een significante rol spelen in de bio-economie van de toekomst. De winning van hernieuwbare grondstoffen via bioraffinage en groene energie kunnen daarbij samengaan met behoud en ontwikkeling van de biodiversiteit. Dat zegt prof.dr.ir. Gert-Jan Nabuurs bij de aanvaarding van het ambt van buitengewoon hoogleraar European Forest Resources aan Wageningen University op 12 februari.

 

Inauguratie prof. Gert-Jan Nabuurs

Door de economie te vergroenen zal de vraag naar hout als grondstof groeien. Tegelijk neemt onafhankelijk van die ontwikkeling de druk op het bos toe door bijvoorbeeld klimaatverandering. Daarom gaat prof. Nabuurs zich in zijn onderzoek toeleggen op strategische analyses van de toekomstige ontwikkeling van het bos onder een veranderende marktvraag en milieuomstandigheden. Duurzaam bosbeheer in Europa is ook voor Nederland van groot belang omdat Nederland een belangrijke importeur is van Europees hout, zegt hij in zijn rede ‘The future of European forests’.

Biodiversiteit

In Europa wordt bijna veertig procent van het landoppervlak ingenomen door bos. Dit bos speelt niet alleen een belangrijke rol in de kwaliteit van de leefomgeving, maar ook bij bijvoorbeeld de regulatie van de koolstof- en waterhuishouding, biodiversiteit en uiteraard de productie van hout.

Het bos in Nederland en andere landen wordt echter ouder en de biodiversiteit daalt. Bovendien is er nu weinig aandacht voor goed bosbeheer. “De kennis over bossen is te gering en het boseigendom is versnipperd,” zegt prof. Nabuurs. “Door te investeren in goed beheer en beleid kan de bescherming van de biodiversiteit juist beter hand in hand gaan met de productie van grondstoffen en de werkgelegenheid op het platteland van Europa.”

 “Vanuit mijn vakgebied ga ik onderzoek doen naar de toekomstige ontwikkeling van het Europese bos. We modelleren de bosdynamiek en het bosbeheer en verrichten metingen aan de gezondheidstoestand van het bos in heel Europa”, licht prof. Nabuurs toe. “Dat geeft inzicht in de effecten op de lange termijn, bijvoorbeeld voor de functievervulling van bossen, voor houtproductie, maar ook voor natuurbeheer en CO2-vastlegging”.

 Uitbreiding en opschaling van het onderzoek door Europese scenariostudies maakt het mogelijk om het bosonderzoek in een breder kader te plaatsen, en de resultaten toe te passen voor multifunctioneel bosbeheer. Een dergelijke opschaling en inkadering verschaft inzicht in de mogelijkheden, beperkingen en relevantie van (internationaal) bosbeheer, en draagt bij tot het Nederlandse en Europese bos- en natuurbeheer. In dat kader gaat prof. Gert-Jan Nabuurs zich bezighouden met het verbreden en verbinden van de huidige ontwikkelingen in Europa, als onderdeel van de toenemende belangstelling voor bossen en bosgebruik.

De leerstoel van prof. Gert-Jan Nabuurs wordt gefinancierd door Alterra Wageningen UR en is ondergebracht bij de leerstoelgroep Bosecologie en bosbeheer van Wageningen University. Nabuurs werkt ook als senior onderzoeker Europese bossen bij Alterra. Zijn werk wordt uitgevoerd in een brede samenwerking met instituten uit heel Europa en ook met diverse leerstoelgroepen van Wageningen University, waaronder Bos- en natuurbeleid. Hij heeft diverse Europese onderzoekprojecten geleid, was van 2009 tot 2012 onderdirecteur van het European Forest Institute in Finland, hoofdauteur bij het IPCC en is nu ook actief bij het UNECE Timber Committee. Hij adviseerde de Europese Commissie op het gebied van bosbeleid.