Hoge gewasopbrengsten, maar grote verschillen

Nieuws

Grote verschillen in gewasopbrengsten

Gepubliceerd op
3 augustus 2015

De opbrengsten van grasland en maïsland op Koeien & Kansen-bedrijven in 2014 waren gemiddeld respectievelijk 12 en 18 ton droge stof per hectare. Behoorlijk hoog, maar de verschillen in opbrengst tussen de bedrijven waren groot. Het zoeken naar verklaringen voor die verschillen was niet eenvoudig.

Het jaar 2014 gaat de boeken in om zijn hoge gewasopbrengsten. In het algemeen werd van het grasland veel droge stof geoogst met voldoende ruw-eiwit. Vaak waren de P-gehaltes in de kuilen ook aan de hoge kant, vooral in de eerste snede.

Hoge gewasopbrengsten, maar grote verschillen

Op de Koeien & Kansen-bedrijven bedroeg de gemiddelde droge stofopbrengst van grasland 12 ton per hectare. Van het maïsland werd bijna 18 ton droge stof per hectare geoogst. Figuur 1 toont de spreiding in droge stofopbrengst van gras- en maïsland. Op grasland varieert de opbrengst tussen 8 en 19 ton droge stof en op maïsland tussen 14 en 24 ton droge stof. De opbrengsten zijn bepaald met de KringloopWijzer. De spreiding in droge stofopbrengst op grasland wordt gedeeltelijk veroorzaakt door de aanwezigheid van beheersland op enkele bedrijven (bedrijf 1 en 5). Verder is bedrijf 2 biologisch, waar het bemestingsniveau lager is dan gangbaar. En op de bedrijven 3 en 4 is om verschillende redenen wat fout gegaan in management van de bodem. Er is geen verband tussen de droge stofopbrengst op grasland en maïsland. Dat wil zeggen dat de bedrijven die een hoge grasopbrengst realiseerden, niet automatisch ook een hoge maïsopbrengst haalden.

Figuur 1. Droge stofopbrengst (ton/ha) van gras- en maïsland op de Koeien & Kansen-bedrijven in 2014. De bedrijven zijn gerangschikt naar oplopende opbrengst van grasland.
Figuur 1. Droge stofopbrengst (ton/ha) van gras- en maïsland op de Koeien & Kansen-bedrijven in 2014. De bedrijven zijn gerangschikt naar oplopende opbrengst van grasland.

Hoge gewasopbrengst niet automatisch laag bodemoverschot voor stikstof

De mineralenoverschotten op de bodem en de benutting van de bodem zijn weergegeven in Figuur 2. De bedrijven zijn in dezelfde volgorde gerangschikt als in Figuur 1. Er is geen verband tussen de droge stofopbrengst van grasland en het stikstofoverschot op de bodem. Lage bodemoverschotten van stikstof werden waargenomen op zowel bedrijven met een lage als een hoge droge stofopbrengst van grasland. Dit patroon zien we ook terug in de stikstofbenutting van de bodem. Een hoge stikstofbenutting en laag stikstofoverschot werd waargenomen op bedrijven met zowel lage als hoge droge stofopbrengsten. De bedrijven 9 en 13 liggen op veengrond. Hier wordt extra veenmineralisatie in rekening gebracht (235 kg N per ha). Een verklaring voor de hoge stikstofoverschotten op deze bedrijven omdat de vrijgekomen stikstof via de (extra) veenmineralisatie niet volledig benut kan worden. In het algemeen kan gesteld worden dat op bedrijven met lage stikstofbenutting (< 60%) het stikstofoverschot vaak aan de hoge kant is.

Fosfaatoverschot wel link met gewasopbrengst

Bij fosfaat is het patroon anders. Hier zien we juist wel een verband tussen een hoge droge stofopbrengst en een laag fosfaatoverschot op de bodem. Op 2/3 van de bedrijven schommelt de fosfaatbenutting rond de 100 procent. Alleen op bedrijven met een fosfaatoverschot lager dan -20 kg per hectare stijgt de benutting boven de 130 procent. Een overschot lager dan 0, betekent een benutting hoger dan 100 procent.

Figuur 2. Bodemoverschot en benutting van stikstof en fosfaat op de bodem. De bedrijven zijn gerangschikt naar oplopende droge stofopbrengst van grasland.
Figuur 2. Bodemoverschot en benutting van stikstof en fosfaat op de bodem. De bedrijven zijn gerangschikt naar oplopende droge stofopbrengst van grasland.

We vergelijken 2 bedrijven op zandgrond met elkaar. Bedrijven 6 en 8 hebben min of meer gelijke gewasopbrengsten (respectievelijk 10,8 en 11,2 ton droge stof op grasland en 18 ton op maïsland). Het stikstofoverschot daarentegen is op bedrijf 6 een stuk lager dan op bedrijf 8 (respectievelijk 92 en 198 kg per ha), resulterend in een hogere stikstofbenutting van de bodem (respectievelijk 72 en 56 procent). Bedrijf 8 heeft de gebruikte stikstofmeststoffen niet zo goed door het gewas benut als bedrijf 6.

Analyse

We kunnen concluderen dat 2014 een goed jaar is geweest voor hoge gewasopbrengsten. Maar de verschillen tussen de bedrijven zijn groot. Er zijn vele oorzaken voor de verschillen. Onder andere oorzaken die niet te beïnvloeden zijn, zoals het weer of de grondsoort. Maar vaak ook oorzaken die te maken hebben met management van teelt en bemesting. Bijvoorbeeld hoe de bemesting is uitgevoerd (hoeveel, wanneer en waar). Perceelsgericht bemesten is een sleutel om tot hogere opbrengsten te komen. Maar ook de bodem zelf (grondsoort, vochtlevering, bodemvruchtbaarheid, draagkracht) en het toepassen en beheer van vruchtwisseling zijn belangrijk onderdelen in die analyse.
Om de verschillen echt goed te verklaren is een geïntegreerde analyse nodig, waarbij wordt gekeken naar verschillende aspecten rondom het beheer van de bodem.