Nieuws

Grotere importquota leiden niet tot meer export vanuit Marokko naar EU

Gepubliceerd op
8 januari 2014

Bij een aanpassing van het associatie-akkoord met Marokko in 2012 heeft de EU het land grotere heffingsvrije importquota gegund voor een reeks tuinbouwproducten. Onderzoek van LEI Wageningen UR laat voor tomaten, sinaasappelen en clementines zien dat Marokko tijdens haar productieseizoen (oktober-april) altijd goedkoper kan aanbieden dan de belangrijkste producenten in de EU. De export vanuit Marokko hangt dus niet samen met het toekennen van hogere importquota, maar is vooral afhankelijk van de mate waarin Marokko de productie van deze tuinbouwproducten kan uitbreiden. De beschikbaarheid van voldoende water is daarbij cruciaal.

De EU is traditioneel een importeur van groente en fruit uit Marokko. De grootste importeurs in de EU zijn Frankrijk, Spanje, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Bij export naar de EU is een reeks groente- en fruitproducten uit Marokko onderwerp van een (minimum) entreeprijs,  ad-valorem tarieven en specifieke tarieven, terwijl er voor een aantal producten een heffingsvrij importquotum geldt. Het nieuwe bilaterale handelsakkoord voorziet voor enkele tuinbouwproducten in een uitbreiding (of soms zelfs opheffing) van de heffingsvrije importquota; entreeprijzen blijven onveranderd.

Grotere heffingsvrije quota en concurrerende prijzen wil niet zeggen dat Marokko snel meer zal exporteren naar de EU; de vraag is vooral of het land haar productie uit kan breiden, gezien allerlei beperkingen daartoe. Groei van de productie in Marokko vereist onder andere investeringen in kennis en vaardigheden van telers om de productie en de kwaliteit ervan toe te laten nemen, en in infrastructuur en logistiek. In Marokko moet de landbouw steeds meer met andere sectoren concurreren om het beschikbare water.