Nieuws

Het dertiende pigment van Rembrandt

Gepubliceerd op
5 december 2018

Het mooie van werken met bodemkundigen is de manier waarop ze opgaan in hun werk. Als er iets gezien of gevonden wordt, wat niet onmiddellijk benoemd kan worden, dan is er een goede kans dat het wordt meegenomen naar “het bureau” en uitgebreid wordt besproken en bekeken. Zo kon het kortgeleden gebeuren dat Joop Okx een brokje met blauwe vlekjes te
zien kreeg: vivianiet.

Vivianiet is een gehydrateerd ferro-fosfaat met de chemische formule Fe3(PO4)2·8(H2O). Het werd gevonden ten noordwesten van Amersfoort niet ver van de Eem. Men vond het op ca. 1 meter diepte in een veenlaag. Leuke dingen meld je natuurlijk op social media. Al gauw kregen we reacties in de trant van: heb ik ook gevonden, maar de leukste reactie kreeg Joop van Monica Rotgans (van het boek “Verf. 500.000 jaar verf en schilderkunst”). Haar reactie luidde “Wow! Rembrandt, Cuyp, ze schilderden ermee”. 

Rembrandt maakte net als andere zeventiende eeuwse schilders, gebruik van een beperkt verfpalet. Rembrandt gebruikte hooguit twaalf pigmenten, waarmee hij overigens wel meer dan honderdtwintig tinten en kleurnuances realiseerde. Op het schilderij Suzanna dat in het Mauritshuis is te bewonderen, trof men tijdens restauratie werkzaamheden onverwacht het nog niet eerder gevonden vivianiet aan, waardoor het aantal door Rembrandt gebruikte pigmenten dus op dertien komt.

Vivianiet heeft een grijsblauwe kleur en werd in West-Nederland gewonnen in veenmoerassen en in turfsteekgebieden. De brokstukken werden verpulverd en schoongespoeld om daarna verder te worden verwerkt tot pigment. In de zeventiende eeuw bestond de term vivianiet nog niet. De bronnen spreken van Haerlaems oltomarijn of terra de Harlem. Het was een goedkoop alternatief voor andere (en soms peperdure) blauwe pigmenten. Het pigment moet op grotere schaal zijn gebruikt want het is ook gebruikt door Vermeer, Albert Cuyp, Carel Fabritius en Gerard Dou.