Nieuws

Hoeveel assimilatielicht gooien we weg bij Phalaenopsis?

Gepubliceerd op
18 maart 2014

In het project Grip op Licht, gefinancierd door Productschap Tuinbouw en Biosolar Cells, is afgelopen oktober de Phalaenopsis koeler gezet en bijbelicht om bloei te induceren. Vanaf 2.30 uur ’s nachts werd bijbelicht met assimilatielicht (100 micromol/m2/s). Met drie Plantivity meters zijn de reacties van een drietal cultivars op deze combinatie van kou en assimilatielicht gevolgd.

Bij het aangaan van de lampen 's morgens was er binnen een kwartier meetbare fotosynthese zichtbaar, maar duurde het toch nog 3 - 5 uur voor de fotosynthese zijn eindwaarde bereikt had. Op basis van de Plantivity metingen kan uitgerekend worden dat dit flinke gevolgen heeft voor de lichtbenutting van de lampen. Stel dat bij aanschakelen van de lampen de fotosynthese meteen voor 100% op gang zou komen, dan zou dat in de eerste 6 uur van de dag een 25-30% hogere lichtbenutting opleveren. In deze eerste uren van de belichting wordt een groot deel van de lampenergie dus niet benut. Door het licht steeds af te stemmen op de gemeten fotosynthese van de plant, kan flink energie bespaard worden. Op een paar extreme dagen was de lichtbenutting bij langzaamste cultivar (Golden Beauty) zelfs 50% lager.

Het is nog niet duidelijk waardoor de fotosynthese bij Phalaenopsis zo langzaam op gang komt. Wel is duidelijk dat er bij Phalaenopsis nog goede mogelijkheden liggen om energie te besparen op belichting.