Nieuws

Ingrid Boas wint Wrigley Fairchild Award met kritisch paper over big data

Gepubliceerd op
15 april 2021

De prestigieuze Wrigley Fairchild Award voor het beste paper van het tijdschrift Geographical Review gaat dit jaar naar Dr. Ingrid Boas, hoofddocent bij de vakgroep Milieubeleid, en mede-auteurs Ruben Dahm (Deltares) en David Wrathall (Oregon State University). Samen schreven ze het paper Grounding Big Data on Climate-Induced Human Mobility, over de risico’s en het nut van big data over klimaatmobiliteit. ‘Big data kan nuttig zijn, maar we moeten niet te snel conclusies trekken’.

Boas is sinds 2007 bezig met het thema klimaat, migratie en mobiliteit. Haar interesse werd gewekt door framing rondom klimaatmigratie. ‘Ik spreek liever over klimaatmobiliteit’ vertelt ze. ‘Want het beeld van een migrantenstroom die over verschillende continenten naar Europa trekt door klimaatverandering, klopt niet. Ik heb onderzoek gedaan in gebieden die last hebben van klimaat verandering en andere milieuproblematiek, zoals Bangladesh, India en Kenia. De inwoners schuiven na soms kleine stukjes op als hun land wordt aangetast, of trekken naar een stad of land dichtbij. Dikwijls komen ze ook weer terug. Het zijn meestal kleine bewegingen.’

Data zonder context

Tijdens haar werk stuitte ze op een big data onderzoek van David Wrathall dat hij samen deed met Xin Lu en vele anderen. In dit onderzoek kwamen zij met behulp van anonieme mobiele telefoon gegevens van Bengalen tot de hypothese dat, tijdens orkaan Mahasen in 2013, de inwoners van Zuid-Bangladesh in grote getale op de vlucht waren geslagen om te evacueren. ‘Dat onderzoek, hoewel het om een hypothese ging, versterkte enorm het beeld dat klimaatverandering leidt tot ontheemding en gedwongen migratie’, vertelt Boas. ‘Tot op de dag van vandaag wordt het gebruikt, in congressen, bijeenkomsten met NGOs of de Verenigde Naties . Maar de hypothese klopt niet. De opgemerkte bewegingen waren geen vluchtende mensen, maar vissers die naar hun boten trokken om ze te beschermen tegen het water en te bewaken.’

Boas kwam daar achter toen ze naar Bangladesh trok voor aanvullend veldonderzoek. ‘Samen met Ruben Dahm en David Wrathall zijn we tot een nieuw paper gekomen’, vertelt ze. ‘Eén waaruit blijkt dat big data altijd moet worden gecombineerd met onderzoek in het veld en interviews. Je kunt er niet zomaar los conclusies uit trekken en in een mooi figuurtje gieten. Dan krijg je een plaatje zonder context. Eerst moet er uitgezocht worden wat er is gebeurd.’

Onderzoek combineren en luisteren naar bewoners

Tijdens het onderzoek voor het winnende paper ging Boas met de Bengalen in gesprek. ‘Het was cru toen bleek dat er geen big data analyse van telefonie beschikbaar was over het gebied dat juist het ergst getroffen was door de orkaan. Daar was geen beweging door mobiele telefoons waargenomen. Daar waren getroffen groepen in hooggelegener schoolgebouwen gaan zitten en bewoners klommen op het dak van hun huis. ‘Het was daar een hele gevaarlijke situatie, maar daar zei de data juist niks over’. Die bewegingen vonden namelijk plaats rondom dezelfde telefoonmast, dus kwam het niet naar voren in de big data analyse.

Het laatstgenoemde gebied was ernstiger overstroomd tijdens de orkaan, doordat een belangrijke dijk jarenlang stukje bij beetje was weggevaagd door erosie. ‘Toen we deze erosie verder gingen onderzoeken, bleek big data wel weer goed van pas te komen. Dahm verzamelde satellietbeelden van de erosie over langere tijd. ’Video’s daarvan lieten we aan de inwoners zien tijdens onze interviews. Daardoor werden veel bewoners getriggerd om erbij te komen zitten en gingen ze samen na wat de erosie allemaal teweeg had gebracht. ‘Aan de hand van het beeldmateriaal, konden ze zich meer herinneren over hoe het land precies is veranderd in de loop van de tijd, en werd ons onderzoek beter en gestructureerder.’

Boas pleit daarom voor onderlinge samenwerking. ‘Kijk of je je kunt aansluiten bij andere onderzoekers. Zoek bestaand onderzoek over de gebieden waar je over schrijft. Ook moet je niet puur vanuit aannames werken, maar open staan voor nieuwe inzichten. Weest niet te sturend in je vraagstelling bij veldonderzoek. Reflecteer op je hypothese.’

De juiste problemen adresseren

Big data is een handige manier om snel veel informatie te krijgen. Maar daar te snel conclusies aan verbinden, vindt Boas een ‘gevaarlijke trend’. ‘Enerzijds omdat je niet weet wat het laat zien en anderzijds omdat daarmee de discussies en debatten over de verkeerde onderwerpen gaan. Door het frame over klimaatvluchtelingen die massaal onze kant op komen, denken we meer vanuit onszelf en dat het ons gaat raken. Dit doet de getroffen inwoners geen recht. Zij willen daar hoogstwaarschijnlijk blijven, proberen terug te keren en iets nieuws op te bouwen. Ze zouden steun kunnen gebruiken om hun boten te beschermen of om nieuwe bedrijfjes op te bouwen die goed aansluiten bij de nieuwe klimaat-realiteit. Of als de getroffen bewoners weg moeten of willen, verhuizen ze vaak naar dichtbijgelegen dorpen of steden waar ze al connecties hebben. Om dit te kunnen ondersteunen en mensen gepaste bescherming te bieden, moet je weten wat er echt plaats vindt. Nu wordt er veel te simplistisch over klimaatmigratie gepraat.’

De prijs van Geographical Review wordt volgend jaar (onder voorbehoud van Covid-19) uitgereikt, tijdens het jaarlijkse congres van The American Association of Geographers in New York. Boas deed haar onderzoek in het kader van de Veni-beurs, die ze van de NWO ontving.