Nieuws

Innovatie in de land- en tuinbouwsector daalt

Gepubliceerd op
23 december 2013

In 2011 heeft 12% van de land- en tuinbouwbedrijven een vernieuwing doorgevoerd. Op 2% van de bedrijven was daarbij sprake van een innovatie; een vernieuwing die nog niet eerder is doorgevoerd in de sector. Pluimveebedrijven vernieuwden het meest, vooral in stallen. Dit heeft voornamelijk te maken met nieuwe regelgeving op het gebied van dierenwelzijn en duurzaamheid. Dit blijkt uit de Innovatiemonitor van LEI Wageningen UR in opdracht van het ministerie van Economische Zaken.

Sinds 2008 is het percentage vernieuwende bedrijven gedaald van 18% naar 12%. Vooral in de glastuinbouw is er de afgelopen jaren sprake van een continue afname. De slechte bedrijfsresultaten in deze sector spelen daar zeer waarschijnlijk een rol. Verder zien ondernemers in alle sectoren onzekerheid over het overheidsbeleid als een grote belemmering voor innovaties. 

Per sector

In de akkerbouw heeft veel vernieuwing te maken met precisielandbouw. Door het invoeren van GPS-gestuurde apparatuur kan er bijvoorbeeld bespaard worden op kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen; er kan dan nauwkeuriger gestrooid of gespoten worden. Voor sierteeltbedrijven is het belangrijk te blijven aansluiten op de consumentenvraag. Innovaties liggen dan ook vaak op het gebied van nieuwe rassen en soorten. De melkveehouderij was de minst innoverende sector.

Succesfactor  

Groei wordt door de meeste ondernemers niet als doorslaggevende factor gezien voor het succes van het bedrijf. In de plantaardige sectoren zijn kostenreductie en kwaliteitsverbetering belangrijke bedrijfsdoelen. In de veehouderijsectoren gaat het voornamelijk om kostenreductie en arbeidsbesparing. Anticiperen op regelgeving is erg belangrijk in de pluimvee- en varkenshouderij. Ondernemers in deze sector moeten voldoen aan dierenwelzijnseisen en ammoniak- en geuremissiereductie.

Onderwijs niet rechtstreeks betrokken

De ondernemers vinden vakliteratuur de belangrijkste informatiebron, gevolgd door partijen die nauw betrokken zijn bij het bedrijf zoals: leveranciers, collega’s, afnemers en accountants. Informatie rechtstreeks van universiteiten en hbo-instellingen is het minst belangrijk. Ook in vernieuwingstrajecten wordt er nauwelijks met het onderwijs samengewerkt. Adviesbureaus voeren hier de boventoon.

Innovatiemonitor

Het LEI verzamelt van ongeveer 1.000 land- en tuinbouwbedrijven via een jaarlijkse enquête informatie over vernieuwing in de sector. Agrarische ondernemers kunnen zien hoe collega’s denken over innovaties en dit vergelijken met hun eigen ideeën. De Innovatiemonitor biedt het ministerie van Economische Zaken de mogelijkheid het effect van beleid te monitoren.