Nieuws

Intermittent Suckling

Gepubliceerd op
8 december 2014

Vanuit de PPS Samenwerkende varkenshouderijketen wordt een groepshuisvestingssysteem voor kraamzeugen en haar biggen ontwikkeld tot een commercieel toepasbaar huisvestingssysteem. In dit systeem worden de zeugen op 6 weken lactatie gespeend. Om een hoge worpindex te behouden is het noodzakelijk dat de zeugen tijdens de lactatie worden geïnsemineerd. Hiertoe dienen de zeugen berig te zijn tijdens de lactatie. Een goede methode om de berigheid te stimuleren is het toepassen van intermittent suckling (IS).

Dit betekent dat de zeug en biggen gedurende een aantal dagen circa 10 uren per dag van elkaar gescheiden worden. De zeugen worden na circa 5 dagen berig en kunnen dan worden geïnsemineerd. De vraag is echter hoe zeugen, die gelijktijdig dragend en lacterend zijn, moeten worden gevoerd.

Recent onderzoek naar voeding van zeugen die gelijktijdig dragend en lacterend zijn

In 2013 is een literatuurstudie uitgevoerd naar de voeding van lacterende zeugen in welzijnsvriendelijke huisvestingssystemen met een verlengde lactatie en inseminatie tijdens de lactatie. Hieruit is gebleken dat er weinig bekend is over de voeding van zeugen die zowel dragend als lacterend zijn tijdens een verlengde lactatie. Voor inseminatie is een hoog voerniveau gewenst in verband met de negatieve energiebalans waar de zeug zich in bevindt. Tijdens de dracht geeft een hoog voerniveau  een verhoogd risico op embryonale sterfte, vanwege een lager progesterongehaltes. Dit treedt met name bij jonge zeugen op.

Recent onderzoek laat zien dat het hanteren van hoge voerniveau’s in de vroege dracht echter geen negatieve effecten op embryonale overleving hoeft te hebben. De vraag is wat de consequenties zijn van het voerniveau van lacterende zeugen gedurende de vroege dracht  op de reproductie en gewichtsontwikkeling van de zeug.

Nieuw onderzoek naar de effecten van het voerniveau van zeugen

Op VIC Sterksel wordt momenteel onderzocht wat het effect is van het voerniveau (hoog/laag) van zeugen tijdens de laatste 10 dagen van een zesweekse lactatie waarin ze ook drachtig zijn, op de volgende aspecten:

  • gewichts- en spekdikte ontwikkeling van de zeugen en biggen tijdens de verlengde lactatie en van de zeugen in de daaropvolgende dracht,
  • het percentage zeugen dat afbigt van eerste inseminatie,
  • het aantal levend en dood geboren biggen tijdens de volgende worp
  • het geboortegewicht van de levend en dood geboren biggen.

Het onderzoek wordt uitgevoerd met zeugen die individueel gehuisvest zijn tijdens de lactatie, in zogenaamde zoog-opfokhokken, hier kan de zeug zich dus vrij bewegen.

De proef wordt in de stallen afgerond in januari 2015. Resultaten van dit onderzoek zullen nog in het eerste kwartaal van 2015 gerapporteerd worden.