Nieuws

Jaarrapport 2013 Wilde fauna CVI

Gepubliceerd op
12 augustus 2014

Een van de taken van Central Veterinary Institute (CVI), onderdeel van Wageningen UR, is de monitoring van diergezondheid in de wilde fauna. Dieren die in het wild leven kunnen namelijk ook ziekten bij zich dragen en daardoor een bron zijn van ziekten bij mensen en bij dieren in de dierhouderij.

Naast de monitoringsprogramma’s onderzoekt CVI kadavers van wilde dieren om de doodsoorzaak vast te stellen. Het gaat dan vooral om dieren verdacht van een besmettelijke dierziekte of die vermoedelijk een onnatuurlijke dood zijn gestorven.

In 2013 nam CVI In het kader van het wettelijke wildefauna-onderzoek 137 inzendingen in behandeling. Dit betrof 188 kadavers, 6 levende watervogels en 27 stuks verdacht materiaal. De kadavers zijn te verdelen in 65 roofvogels, 83 overige vogels waarvan 70 watervogels, 26 zoogdieren en 14 vissen.

Van 115 dieren heeft CVI de doodsoorzaak kunnen vaststellen. De gevonden doodsoorzaken waren vooral trauma, vergiftiging, uitputting, afschot en botulisme, afhankelijk van de diercategorie.

Botulisme

In 22 gemeenten werden in 2013  botulisme-uitbraken vastgesteld. In vier van deze gemeenten was in 2012 ook sprake van botulisme. In totaal is bij 38 van de 52 onderzochte watervogels botulisme veroorzaakt Clostridium botulinum toxine type C vastgesteld. Daarnaast is bij drie van de twaalf onderzochte vissen botulisme veroorzaakt Clostridium botulinum toxine type E vastgesteld.

Surveillance wilde vogels

In de surveillance van aviaire influenzavirus onder wilde vogels onderzocht CVI 304 vogels, waarvan er vier positief waren voor laag-pathogene stammen. In het onderzoek naar aanwezigheid van de bacterie Chlamydia psittaci werd bij 1,7% van de onderzochte wilde vogels genetisch materiaal (DNA) van deze bacterie aangetoond.

Brucella-onderzoek

In het onderzoek naar het vóórkomen van Brucella-bacteriesoorten in wilde fauna werd bij 49% van de onderzochte zeehonden de  bacterie Brucella pinnipedialis aangetroffen. Bekend is dat Brucella suis biovar 2 voorkomt bij wilde zwijnen in Nederland. Van de onderzochte bloedmonsters afkomstig van  wilde zwijnen bleek 14%  positief op antistoffen gericht tegen Brucella-bacteriën; bij 39% van de onderzochte dieren werden  Brucella-bacteriën aangetoond. B. pinnipedialis en B. suis biovar 2 leveren overigens geen gevaar op voor de volksgezondheid.