communicatieuitingen

Persbericht

“Je moet het verhaal kennen om de zienswijze te begrijpen”

Gepubliceerd op
6 november 2014

Ieder mens kijkt op zijn eigen manier naar maatschappelijke vragen, zoals het gebruik van genetisch veranderde gewassen of de individuele oorzaken van obesitas. “Als je beter begrijpt hoe het verhaal achter een zienswijze tot stand komt kun je gemakkelijker met die personen in gesprek komen”. Dat zegt prof. Peter Feindt bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Strategische communicatie aan Wageningen University op 6 november.

In zijn onderzoek kijkt prof. Feindt terug op communicatieuitingen in bijvoorbeeld de media of een parlement. Uit de analyses van debatten maakt hij op hoe onderscheidende normatieve uitgangspunten en aannames van de discussieanten leiden tot verschillende percepties van een maatschappelijke kwestie, zoals de voordelen en risico’s van bijvoorbeeld genetisch gemodificeerde gewassen.

In de analyse van dergelijke kwesties onderscheidt prof. Feindt de communicatieve handeling die een mogelijk onverwachte response bij anderen oproept. Bij een reeks communicatieve handelingen spreekt men van een conversatie rond bijvoorbeeld  een thema. Die conversaties kunnen worden onderbroken, asynchroon lopen en zich afspelen op grote afstand. In de maatschappij lopen verschillende publieke discoursen, waaraan bijna iedereen kan deelnemen, zoals over voetbal. Discoursen voor specialisten hebben veelal eigen regels en een eigen vocabulaire, zoals een discours onder medici. In een conversatie kunnen diverse discoursen met eigen regels elkaar overlappen.

Als onderzoeksresultaten het laboratorium verlaten, komen ze in het publieke domein van leken die ieder hun eigen verhaal rond de gegevens bouwen.  Deze uitingen en conversaties belanden in een aantal, soms competitieve discoursen met andere regels dan er gelden in door protocollen genormeerde laboratoria. Het ligt op straat, zogezegd en elke partij of individu grasduint in de resultaten op zoek naar voor hem bruikbare informatie.

Netwerkmaatschappij als nieuwe arena

In zijn inaugurele rede ‘The reflexive turn in strategic communication’ gaat prof. Feindt in op de veranderende netwerkmaatschappij. Door het samenvloeien van internet en draadloze communicatie is er een infrastructuur voor permanente verbondenheid, waarbij iedereen elk individu kan bereiken. De virtuele aanwezigheid op het web is voor een toenemend aantal mensen een persoonlijke en professionele identiteit geworden die zijn weerslag kan hebben op de offline wereld. Maar het internet maakt een veelvuldige respons op elke communicatiehandeling mogelijk.

In termen van strategische communicatie betekent dit dat organisaties, individuen en sociale bewegingen zich noodzakelijkerwijs steeds meer moeten richten op een systematische presentie in de virtuele maatschappij. Daarbij is kennis van de tools en formats en van netwerken en relevante doelgroepen, partners en publiek onontbeerlijk. Dit vraagt ook kennis van de gangbare codes en conventies van de online community’s. Immers, één tweet  of blog kan in een oneindig aantal verschillende conversaties een verschillende rol gaan spelen met een eigen interpretatie. Dat maakt ook dat de afzender geen controle meer heeft over de oorspronkelijke boodschap en de response van het publiek. Omdat weinig blogs links naar ‘tegenblogs’ maken, en geïnteresseerden geneigd zijn bevestigende blogs te bezoeken kan hierdoor het publieke debat versnipperen en polariseren. Daarom is het voor de lopende discussies in de levenswetenschappen met een netwerkmaatschappij als nieuwe arena lastig deze trend te doorbreken met ‘neutrale’ internetplatforms die ‘objectieve’ informatie geven over bijvoorbeeld GMO’s.

Prof. Feindt voorziet derhalve voor de toekomst dat de controle over de toegang tot de content op internet de vorm van de diverse online conversatiestypen fundamenteel zal bepalen. Te denken valt aan open sources versus businessmodellen, of de neutraliteit van zoekmachines. Ook zal controle over de contenttoegang van internet bepalen hoe virtuele discoursen zich ontwikkelen evenals hun effect op de offline communicatie.

Verhalen

Hij ziet mogelijkheden om dit fenomeen verder te onderzoeken door niet alleen een analyse van discoursen, maar ook van betekenis gevende verhalen van de deelnemers. “Omdat verhalen dichter bij het dagelijks leven staan dan abstracte wetenschap”, aldus prof. Feindt. Een voorbeeld van zijn verhalenonderzoek betreft de wereldwijde controversie over biopatenten. Hij toonde aan dat er drie concurrerende plots zijn aan te wijzen in de verhalen van beleidsdocumenten, toespraken en interviews. “Verhalen zijn een essentiële vorm van communicatie”, concludeert prof. Feindt.