Nieuws

Journalisten veroorzaken hongersnood

Gepubliceerd op
16 maart 2018

De media kunnen onbewust een grote rol spelen in de besluitvorming om een situatie tot een noodtoestand uit te roepen. Wanneer een journalist bericht over ondervoede kinderen in een Afrikaans ziekenhuis kan dat soms ten onrechte leiden naar een verhaal waaruit blijkt dat een heel land kampt met hongersnood. Hoe en wanneer een situatie wordt bestempeld als een noodtoestand, staat centraal tijdens het symposium Knowing Food Crises op dinsdag 20 maart, dat in het kader van het honderdjarig jubileum van WUR wordt gehouden.

Volgens Peter Heintze bevat het verkondigen van een hongersnood een risico. Heintze is coördinator van KUNO, een kennisuitwisselingsplatform over noodhulp. ‘Door data-analyses wordt bij instanties zoals de VN bepaald wanneer sprake is van een noodtoestand. Er zijn vijf gradaties, waarvan de vijfde hongersnood is’, zegt hij. ‘Op basis van beschikbare informatie wordt een inschatting gemaakt welke categorie van toepassing is. Bronnen zijn bijvoorbeeld peilingen van het aantal kinderen in een ziekenhuis wegens voedingstekort en verhalen in de media. Soms is die informatie onvolledig en als je het extrapoleert naar een groter gebied, overschat je mogelijk de ernst van de situatie.’

Niger

Een mooi voorbeeld is wat er in 2005 in Niger gebeurde. Media meldden wereldwijd dat 3,5 miljoen inwoners van het land honger leden. Beelden gingen de hele wereld over. Drie jaar later werd de ramp in een Noorse documentaire totaal ontkracht. In de uitzending vertelden inwoners van het land, waaronder voormaling minister president Hama Amadou, dat er helemaal geen sprake geweest was van hongersnood.

Die koe was drie weken eerder aangereden
Peter Heintze

De documentaire van de Noorse TV laat die onderliggende dynamiek zien, zegt Heintze. Een journaliste van BBC maakte in 2005 een reportage in Niger. Zij observeerde een uitgedroogde dode koe, mensen die verdorde bermplanten oogstten en zieke kinderen in een ziekenhuis. ‘Door die berichtgeving schrikt de Verenigde Naties op en geven noodhulporganisaties vol gas, zo laat de Noorse documentaire zien’, zegt Heintze. ‘Maar in realiteit was er dus geen sprake van grootschalige hongersnood. Die koe was drie weken eerder aangereden en in een droge periode eet de nomadische bevolking regelmatig bermplanten. De kinderen waren wel degelijk ziek, maar door malaria en niet van de honger.’

Wanneer een noodtoestand bij nader inzien niet aan de hand is, schaadt dat het vertrouwen in hulporganisaties. Volgens Bram Jansen, docent Sociologie van Ontwikkeling en Verandering aan WUR, heeft onnodige hulp ook nadelige effecten in het land zelf. In Niger kregen lokale boeren opeens concurrentie van hulporganisaties die voedsel uitdeelden waardoor de boeren hun eigen producten niet meer tegen normale prijzen konden afzetten.

Lokaal nieuws

Jansen vraagt zich af of het betrekken van lokale journalisten in berichtgeving het escaleren van de situatie in Niger had voorkomen. ‘Zij hebben een duidelijker beeld van wat in hun regio gaande is’, zegt Jansen. ‘Waarom vertrouwen we daar niet op? Hoe krijg je in een crisissituaties het beste de waarheid boven tafel? Belangen van organisaties en politiek spelen ook een grote rol, zeker in conflictgebieden. Zij hebben al dan niet baat bij noodhulp. We moeten een manier vinden daarmee om te gaan.’

Om die reden organiseren Jansen en Heintze komende dinsdag het symposium Knowing Food Crises. Daarin leggen ze bloot hoe misvattingen over noodsituaties ontstaan en zoeken ze naar oplossingen. Hoe het uitroepen van hongersnood tot stand komt, is het startpunt van het symposium.

Lees meer over het symposium