Kan de knoflookpad van de intensive care af?

Nieuws

Kan de knoflookpad van de intensive care af?

Gepubliceerd op
26 februari 2015

De knoflookpad ligt aan het infuus. Zelfredzame metapopulaties zijn al decennia niet meer aanwezig in Nederland. In 2001 werd daarom door de overheid het Beschermingsplan Knoflookpad ingesteld. Maar soortbescherming heeft weinig zin als de habitat niet op orde is, zegt Alterra-onderzoeker Fabrice Ottburg. Hij schetst de (geringe) toekomstkansen voor het diertje.

Foto: Volwassen Knoflookpad (Foto: Fabrice Ottburg)

Op dit moment worden knoflookpadden gekweekt om ze te herintroduceren op kansrijke plekken. Dat wordt uitgevoerd door de Projectgroep Knoflookpad Nederland die bestaat uit de stichting RAVON, Landschap Overijssel, Natuurbalans - Limens Divergens en Alterra. Maar er is vooralsnog geen zicht op een levenskrachtig perspectief op lange termijn. Met collega’s geeft Alterra-onderzoeker Fabrice Ottburg in De Levende Natuur een eerste aanzet voor zo’n perspectief, aan de hand van drie scenario’s. Zij gaan daarbij niet alleen uit van de ecologische eisen die dit dier aan zijn omgeving stelt, maar ook van de veranderingen in het Nederlandse landschap die de komende jaren te verwachten zijn. En daar liggen wellicht nog onverwachte kansen. Want de knoflookpad is enerzijds een habitatspecialist (voedselrijk water en zandige bodems zoals in rivierduinen en laagdynamische moerassen), maar anderzijds heeft hij ook zijn sporen verdiend als cultuurvolger in vervangende habitats (kleinschalig cultuurlandschap).

Jonge Knoflookpad (Foto: Fabrice Ottburg)
Jonge Knoflookpad (Foto: Fabrice Ottburg)

Soort moet op landschapsschaal voorkomen

“Op korte termijn is duidelijk wat er moet gebeuren,” zegt Fabrice Ottburg. “Redden wat er te redden valt. Maar op langere termijn is dat niet vol te houden. Het is zinloos een soort permanent aan het infuus van de soortbescherming te leggen met allerlei lokale maatregelen. Om op eigen kracht te overleven moet de soort op landschapsschaal voorkomen met een populatie-omvang van naar schatting zo’n 500 volwassen vrouwtjes. Dat is meer dan 50 keer zoveel als in de huidige resterende populaties, en de oorspronkelijke leefgebieden zijn grotendeels verdwenen.”

Drie scenario's voor een levenskrachtig perspectief

In de drie scenario’s gaat het om:

  1. herinrichting van (rivier)landschappen voor klimaatadaptatie,
  2. het ontwikkelen van kleinschalige landschappen met duurzame landbouw, en
  3. natuurgebieden nieuwe stijl, waar beheer plaatsvindt op systeemniveau.

Fabrice Ottburg: “Met deze scenario’s lossen we een schot voor de boeg op een discussie die breder gevoerd moet worden. Heeft soortbescherming wel zin als de voor de soort belangrijke onderliggende eisen aan de omgeving niet op orde zijn? We moeten mijns inziens minder naar soorten kijken, en meer naar maatschappelijke ontwikkelingen die invloed hebben op het landschap. Soms kunnen soorten profiteren van bijvoorbeeld stedelijke uitbreidingen of economische ontwikkelingen die een geheel nieuw soort leefgebied met zich meebrengen. Dat soort milieus kan op langere termijn meer kansen bieden dan het krampachtig proberen in stand te houden van stukjes verdwijnende landschappen.”