Kerngebieden voor weidevogels verder verkend

Nieuws

Kerngebieden voor weidevogels verder verkend

Gepubliceerd op
30 oktober 2014

Bij provincies en rijk bestaat brede steun voor een kerngebiedenbenadering voor weidevogels. Dat is één van de uitkomsten van een nadere verkenning door Alterra in opdracht van Economische Zaken.

Weidevogels verdwijnen uit ons landschap, ondanks geleverde inspanningen door boeren, overheden en natuurorganisaties. De huidige combinatie van reservaten en agrarisch natuurbeheer blijkt niet afdoende. Voor een effectiever en efficiënter agrarisch natuurbeheer is een ruimtelijke focus nodig op zogeheten kerngebieden: gebieden waar weidevogels zich nu al concentreren. In Nederland zijn intussen hiervoor zoekgebieden geïdentificeerd. Ook worden hulpmiddelen aangereikt om deze gebieden vorm te geven. Mede voor het nieuwe stelsel voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer heeft Alterra deze kerngebiedenbenadering verder verkend.

Draagvlak

Omdat de provincies de belangrijkste uitvoerders worden van het nieuwe stelsel, stelden de onderzoekers allereerst vast in hoeverre de kerngebiedenbenadering draagvlak heeft. Uit interviews met vertegenwoordigers van alle provincies blijkt dit inderdaad het geval te zijn. Zij pleiten er daarbij wel voor niet te werken met een beperkte set weidevogelsoorten, maar een bredere groep van weidevogels. Ook zou een zekere provinciale flexibiliteit bij de uitwerking van de kerngebiedenbenadering mogelijk moeten zijn.

Beheer-op-Maat

Alterra verkende ook in hoeverre de internetapplicatie Beheer-op-maat (BoM) geschikt is voor het evalueren en beoordelen van mozaïekbeheer in kerngebieden. Bij een dergelijke beheer maaien en beweiden boeren het grasland volgens een mozaïekpatroon en uitgestelde maaidata. Hierdoor ontstaat er een gevarieerd landschap, wat de overlevingskansen van weidevogelkuikens helpt te verhogen. Het blijkt mogelijk een nieuwe, eenvoudiger versie van de BoM te maken. Deze BoM 2.0 kent minder parameters en is ook geschikt om voor andere vogels dan de grutto een beeld te krijgen of het beheer doelmatig en effectief is.

Zoekgebiedenkaarten

Derde onderdeel van het onderzoek was het verder ontwikkelen van landelijke zoekgebiedenkaarten voor kerngebieden. Voor de slobeend, zomertaling, scholekster, kievit, tureluur, wulp en watersnip is dit gedaan; voor de grutto was zo’n kaart al beschikbaar. Hiermee is een goed beeld beschikbaar van het huidige voorkomen van de weidevogels. Vervolgens is onderzocht in hoeverre binnen de zoekgebieden de huidige omstandigheden toereikend zijn, en of er verbeteringsopgaven nodig zijn voor zowel inrichting als beheer. Elke provincie of regio kan met deze informatie een combinatie van doelsoorten kiezen en aan de hand van randvoorwaarden en criteria de meest effectieve locaties voor kerngebieden kiezen.