Koeien en Kansen bedrijven ondernemen duurzaam

Nieuws

Koeien & Kansen-ondernemers hebben oog voor duurzaamheid

Gepubliceerd op
16 januari 2017

LTO en NZO hebben binnen de Duurzame Zuivelketen duurzaamheidsdoelen geformuleerd. De prestaties van de Koeien & Kansen-bedrijven in 2015 op deze doelen zijn nader bekeken en vergeleken met het Nederlandse gemiddelde. Op het gebied van levensduur van melkkoeien, mineralenmanagement en weidegang scoren de Koeien & Kansen-deelnemers goed.

Het antibioticagebruik voldoet ruim aan het gestelde doel, maar gemiddeld gebruiken Koeien & Kansen-bedrijven wel iets meer antibiotica dan het gemiddelde Nederlandse melkveebedrijf. De score voor natuurbeheer was vergelijkbaar evenals het dieselgebruik per 1000 kg melk, terwijl het elektriciteitsverbruik per 1000 kg melk juist iets hoger was dan het Nederlands gemiddelde. Hoewel het project vooral focust op mest- en milieuprestaties, scoren de bedrijven op de meeste andere duurzaamheidsdoelen ook gewoon goed.
 
De Duurzame Zuivelketen heeft  doelen geformuleerd binnen vier hoofdthema’s:

  1. Behoud van biodiversiteit en milieu
  2. Continu verbeteren diergezondheid en dierenwelzijn
  3. Behoud van weidegang
  4. Behoud van biodiversiteit en milieu.

Voor de verschillende doelen zijn indicatoren geformuleerd om te toetsen in welke mate de doelen worden gerealiseerd. Wageningen Economic Research heeft de voortgang op de doelen voor de gehele zuivelketen in beeld gebracht tot en met het jaar 2015 in de Sectorrapportage Duurzame Zuivelketen. In dit bericht zijn de prestaties van de 16 Koeien & Kansen-bedrijven voor het jaar 2015 voor de meeste indicatoren ook in kaart gebracht en vergeleken met de gemiddelde prestaties van de Nederlandse melkveehouderij.

Energie

Bij het thema klimaatneutraal ontwikkelen is voor de Koeien & Kansen-bedrijven alleen gekeken naar energieverbruik en de productie van duurzame energie. Het elektriciteitsverbruik per 1000 kilogram melk is op de Koeien & Kansen-bedrijven hoger dan op het gemiddelde Nederlandse bedrijf (+8%). Een mogelijke verklaring voor dit verschil is het grote aandeel Koeien & Kansen-bedrijven(37,5%) dat gebruikt maakt van een melkrobot. Het dieselverbruik per 1000 kilogram melk was vergelijkbaar met het Nederlands gemiddelde.

De Duurzame Zuivelketen-indicator ‘productie van duurzame energie’, uitgedrukt als percentage van het totale energieverbruik in de hele zuivelketen, leent zich niet voor een vergelijking tussen Koeien & Kansen en het Nederlands gemiddelde. Wel kan over de Koeien & Kansen-bedrijven gezegd worden dat er steeds meer ‘eigen energie’ opgewekt wordt. Een aantal bedrijven heeft windmolens of is onderdeel van een windmolenpark. Ook het aantal bedrijven met zonnepanelen groeit. Mestvergisting komt (nog) niet voor op de Koeien & Kansen-bedrijven.

Verbeteren van diergezondheid en dierenwelzijn

De Duurzame Zuivelketen streeft ernaar de diergezondheid en het dierenwelzijn continu te verbeteren, zodat de levensduur van melkkoeien toeneemt. De Koeien & Kansen-bedrijven hebben met afgerond 5 jaar en 10 maanden in 2015 een hogere gemiddelde leeftijd bij afvoer dan het sectorgemiddelde van afgerond 5 jaar en 9 maanden op basis van gegevens volgens I&R. Dat is een goede prestatie (zie figuur 1). Wel moet hierbij opgemerkt worden dat de indicator levensduur van individuele en van kleine groepen bedrijven van jaar tot jaar sterk kan wisselen, waardoor het beter is om dan naar bijvoorbeeld een 3-jaarsgemiddelde te kijken.

Bron: Sectorrapportage Duurzame Zuivelketen (Reijs et al., 2016), Koeien & Kansen (niet gepubliceerd)
Bron: Sectorrapportage Duurzame Zuivelketen (Reijs et al., 2016), Koeien & Kansen (niet gepubliceerd)

Bij het hoofdthema 'Continu verbeteren van diergezondheid en dierenwelzijn’ is er ook gekeken naar het antibioticagebruik. Het streven van de Duurzame Zuivelketen is dat meer dan 90 procent van de melkveebedrijven minder antibiotica gebruikt dan de actiewaarde van de Autoriteit Diergeneesmiddelen, namelijk 4 dierdagdoseringen (DDDAF). Koeien & Kansen haalt dit doel met 94 procent (1 bedrijf niet), terwijl dit sectorbreed zelfs 99 procent is. Een ondersteunende indicator binnen dit thema is het aantal dierdagdoseringen. In 2015 realiseerden de Koeien & Kansen–bedrijven gemiddeld 2,5 dierdagdoseringen. Dit is iets hoger dan het gemiddelde van alle Nederlandse melkveebedrijven, namelijk 2,2 dierdagdoseringen. 

Behoud weidegang

Bij het thema 'Behoud weidegang' liet het sectorgemiddelde in 2015 zien dat 78,3% van de bedrijven een vorm van weidegang toepast, waarbij het bij 69,8% van de bedrijven ging om weidegang volgens de definitie van de Stichting Weidegang, waarbij melkkoeien minimaal 120 dagen per jaar ten minste 6 uur per dag weidegang krijgen. Bij 8,5 procent van de bedrijven gaat het om overige vorm van weidegang. Deze bestaat uit ten minste 120 dagen dagen per jaar weidegang, waarbij minimaal 25% van het rundvee op een weide met voldoende grasaanbod graast. 
Op de Koeien & Kansen-bedrijven was het aandeel weidegang met 87,5% hoger dan in 2014 en hoger dan het Nederlands gemiddelde. De Koeien & Kansen–bedrijven voldeden hiermee als groep goed aan de doelstelling om het aandeel bedrijven met beweiding op het niveau van 2012 te behouden. Wel is het aandeel weidegang 120 x 6 op Koeien & Kansen-bedrijven met 56,3% lager dan het sectorgemiddelde. 

Behoud van biodiversiteit en milieu

Een parameter om activiteiten op het gebied van mineralenbenutting kwalitatief in beeld te brengen, is het aandeel melkveehouders dat gebruik maakt van nutriëntentools als BEX en KringloopWijzer. In 2015 maakte zo’n 71% van alle melkveehouders gebruik van de BEX en 61% gebruikte de KringloopWijzer. Alle Koeien & Kansen-bedrijven gebruikten deze tools. Logisch natuurlijk, omdat deze instrumenten hun oorsprong in dit project hebben.
Voor biodiversiteit wordt nog gewerkt aan een goede indicator en een monitoringsystematiek. Om toch al iets te kunnen zeggen over biodiversiteit, is in beeld gebracht welke aandeel van de melkveehouders lid is van een Agrarische Natuurvereniging (ANV) en op hoeveel procent van de bedrijven een vorm van natuurbeheer plaatsvindt. Van de Koeien & Kansen-bedrijven is 44 procent lid van een ANV, terwijl dit 39 procent sectorbreed is. Verder past 63 procent van de Koeien & Kansen-bedrijven een vorm van natuurbeheer toe op het bedrijf, ten opzichte van 57% van alle melkveehouders in Nederland.