Koeien & kansen scoren goed op duurzaamheidsthema's

Nieuws

Koeien & Kansen-bedrijven doen het goed op duurzaamheidthema's

Gepubliceerd op
22 februari 2016

LTO en NZO hebben binnen de Duurzame Zuivelketen duurzaamheidsdoelen geformuleerd. De prestaties van de Koeien & Kansen-bedrijven in 2014 op deze doelen zijn vergeleken met het Nederlandse gemiddelde. Bij levensduur van melkkoeien, mineralenmanagement en weidegang scoren de deelnemers van Koeien & Kansen goed. Op de meeste doelen scoren de Koeien & Kansen boeren beter dan de het gemiddelde van Nederland.

Het antibioticagebruik voldoet aan het gestelde doel, maar Koeien & Kansen scoort wel iets minder goed dan het Nederlands gemiddelde. De score voor natuurbeheer was gemiddeld en het elektriciteits- en dieselgebruik was hoger dan het Nederlands gemiddelde. Hoewel het project vooral focust op mest en milieuprestaties, scoren de bedrijven op de meeste andere duurzaamheidsdoelen ook goed.

De Duurzame Zuivelketen heeft deze doelen geformuleerd binnen vier hoofdthema’s:

  1. Klimaatneutraal ontwikkelen,
  2. Continu verbeteren diergezondheid en dierenwelzijn,
  3. Behoud van weidegang en
  4. Behoud van biodiversiteit en milieu.

Voor de verschillende doelen zijn indicatoren geformuleerd om te toetsen in welke mate de doelen worden gerealiseerd. Het LEI heeft deze voor de gehele zuivelketen in 2014 in beeld gebracht in de Sectorrapportage Duurzame Zuivelketen. Het LEI heeft ook de prestaties van de 16 Koeien & Kansen-bedrijven in 2014 voor de meeste geformuleerde thema’s en indicatoren in kaart gebracht en deze vergeleken met de gemiddelde prestaties van de Nederlandse melkveehouderij.

Klimaatneutraal ontwikkelen

Bij het thema klimaatneutraal ontwikkelen is alleen naar energie gekeken. Het energieverbruik, zowel in de vorm van elektriciteit als in de vorm van diesel, is op de Koeien & Kansen-bedrijven hoger dan op het gemiddelde Nederlandse bedrijf. Bij elektriciteit gaat het om een verschil van ruim 7 procent. Een mogelijke verklaring van dit verschil is het grote aandeel Koeien & Kansen-bedrijven dat met melkrobots melkt (37,5%). Bij diesel bedraagt het verschil ruim 4 procent.

Bij de ‘productie van duurzame energie’ waren er niet voldoende gegevens beschikbaar op bedrijfsniveau om een goede vergelijking te maken tussen Koeien & Kansen en het Nederlands gemiddelde. Wel kan over de Koeien & Kansen-bedrijven gezegd worden dat er bewegingen zijn in de richting van meer eigen energie. Een aantal bedrijven is serieus bezig met initiatieven op het gebied van windenergie. Ook is er zij het in mindere mate aandacht voor zonnepanelen. Mestvergisting is (nog) niet aan de orde op de Koeien & Kansen-bedrijven.

Continu verbeteren van diergezondheid en welzijn

De gemiddelde leeftijd bij afvoer is als indicator geformuleerd voor de gezondheid van de veestapel. ‘Door het verbeteren van de klauw- en uiergezondheid en de vruchtbaarheid hoeven koeien minder snel afgevoerd te worden’, is de filosofie. De Koeien & Kansen-bedrijven hebben met ruim 6 jaar in 2014 een hogere gemiddelde leeftijd bij afvoer dan het sectorgemiddelde van ongeveer 5 jaar en 9 maanden (volgens zowel I&R voor vrijwel alle melkveebedrijven als volgens de steekproefbedrijven in het Informatienet) en dat is een goede prestatie (zie figuur 1). Wel moet hierbij opgemerkt worden dat de indicator levensduur van individuele en van kleine groepen bedrijven van jaar op jaar sterk kan wisselen, waardoor het beter is om naar bijvoorbeeld een rollend 3-jaarsgemiddelde te kijken.

Bron: LEI-Informatie, CRV (jaarstatistieken, Duurzame Zuivelketen (niet gepubliceerd), Koeien & Kansen (niet gepubliceerd)
Bron: LEI-Informatie, CRV (jaarstatistieken, Duurzame Zuivelketen (niet gepubliceerd), Koeien & Kansen (niet gepubliceerd)

Bij het hoofdthema 'Continu verbeteren van diergezondheid en dierenwelzijn’ is er ook gekeken naar het antibioticagebruik. Het streven van de Duurzame Zuivelketen is dat meer dan 90 procent van de melkveebedrijven minder antibiotica gebruikt dan de actiewaarde van de Autoriteit Diergeneesmiddelen, namelijk 4 dierdagdoseringen (DDDAF). Koeien & Kansen haalt dit doel met 94 procent (1 bedrijf niet), terwijl dit sectorbreed 99 procent is. Een ondersteunende indicator binnen dit thema is het aantal dierdagdoseringen. In 2014 realiseerden de Koeien & Kansen–bedrijven gemiddeld 2,6 dierdagdoseringen. Dit is iets hoger dan het gemiddelde van alle Nederlandse melkveebedrijven, namelijk 2,3 dierdagdoseringen. 

Behoud weidegang

Bij het thema 'Behoud weidegang' liet het sectorgemiddelde in 2014 zien dat 77,8 procent van de bedrijven de koeien weidt, waarbij 7,7 procent een overige vorm van weidegang toepast (melkkoeien minder dan 120 dagen/jaar van 6 uur/dag weidegang en/of jongvee weidegang). 

Figuur 2: Aandeel melkveebedrijven dat verschillende vormen van weidegang toepast

Bron: Duurzame Zuivelketen, Koeien & Kansen (niet gepubliceerd)
Bron: Duurzame Zuivelketen, Koeien & Kansen (niet gepubliceerd)

Op de Koeien & Kansen-bedrijven was het aandeel weidegang met 81,3% net wat hoger in 2014. De Koeien & Kansen–bedrijven voldeden hiermee als groep wel aan de doelstelling om het niveau van 2012 te behouden. Wel is het aandeel weidegang 120 x 6 op Koeien & Kansen-bedrijven lager dan het sectorgemiddelde. Opmerkelijk is ook dat het aandeel bedrijven met weidegang bij Koeien & Kansen is gestegen (1 bedrijf extra met weidegang) in 2014 ten opzichte van 2013, terwijl dit aandeel sectorbreed juist is gedaald.  

Behoud van biodiversiteit en milieu

Een parameter om activiteiten op het gebied van mineralen kwalitatief in beeld te brengen, is het aandeel melkveehouders dat gebruik maakt van nutriëntentools als BEX en KringloopWijzer. Ongeveer tweederde van alle melkveehouders gebruikte BEX in 2014 en 17 procent gebruikte de KringloopWijzer. Alle Koeien & Kansen-bedrijven gebruiken deze tools. Logisch natuurlijk, omdat deze instrumenten hun oorsprong in dit project hebben.

Voor biodiversiteit wordt nog gewerkt aan een goede indicator. Om toch iets te kunnen zeggen over biodiversiteit, is in beeld gebracht welke aandeel van de melkveehouders lid is van een Agrarische Natuurvereniging (ANV) en op hoeveel procent van de bedrijven een vorm van natuurbeheer plaatsvindt. Van de Koeien & Kansen-bedrijven is 38 procent lid van een ANV, terwijl dit 35 procent sectorbreed is. Verder past 56 procent van de Koeien & Kansen een vorm van natuurbeheer toe op het bedrijf, wat gelijk is aan het percentage van alle melkveehouders in Nederland. De Koeien & Kansen-veehouders doen procentueel meer aan botanisch beheer van percelen en met name onderhoud van landschapselementen dan de rest van de Nederlandse melkveesector, terwijl soortenbeheer en botanisch beheer van randen in verhouding wat minder voorkomen.