Korhoen

Nieuws

Korhoen kan gered worden, misschien

Gepubliceerd op
11 april 2014

Het korhoen staat in Nederland op het punt van uitsterven. Alle acties om de soort te redden hebben tot op heden niet of nauwelijks resultaat opgeleverd. Alterra onderzocht of het korhoen voor Nederland alsnog gered kan worden. De conclusie: het kan, misschien, maar alleen onder strikte voorwaarden.

Weinig kuikens overleven

De laatst overgebleven Nederlandse korhoenpopulatie op de Sallandse Heuvelrug bereikte in 2012 een historisch dieptepunt met slechts twee hanen. Om het uitsterfrisico te verkleinen zijn in 2012 en 2013 in totaal 29 Zweedse dieren bijgeplaatst. Het voornaamste knelpunt voor de overleving van de Nederlandse populatie lijkt de geringe kuikenoverleving van de afgelopen jaren te zijn, als gevolg van de kwalitatieve verslechtering van het leefgebied. Daarbij speelden de hoge stikstofdepositie, verzuring, gewijzigd heidebeheer, klimaatverandering, predatiedruk en verstoring door de mens allemaal een grotere of kleinere rol. De kuikensterfte is en blijft onverminderd hoog. Afschot van vossen en kraaien heeft niet geleid tot enige verbetering. De populatie is genetisch sterk verarmd; er is sprake van inteelt door een gebrek aan uitwisseling van genen met andere populaties. De populatie zit op dit moment dan ook in een ‘uitsterfspiraal’.

Verbetering en uitbreiding van het leefgebied van de korhoen is nodig.
Verbetering en uitbreiding van het leefgebied van de korhoen is nodig.

Omvangrijk programma met maatregelen nodig

Alterra onderzocht of, en onder welke voorwaarden, het korhoen voor Nederland alsnog gered zou kunnen worden. “Vanwege de vele factoren die een rol spelen bij de achteruitgang, kan alleen een omvangrijk programma met maatregelen het korhoen voor Nederland nog behouden,” zegt Alterra-onderzoeker Hugh Jansman. “En dan nog is er geen garantie op een positief resultaat.”

Beter en groter leefgebied korhoen noodzakelijk

Uit eerdere studies blijkt dat er om te beginnen minimaal zo’n 40 hanen op de Sallandse Heuvelrug aanwezig moeten zijn om de populatie op middellange termijn (50 – 100 jaar) kans op overleven te geven. Daarvoor is opnieuw bijplaatsing van dieren nodig. Hugh Jansman: “De resultaten van ons onderzoek van 2013 geven aan dat bijplaatsing, ondanks hoge aanvangverliezen, succesvol kan zijn. Maar om een populatie korhoenders van de noodzakelijke omvang te kunnen huisvesten is wel een aanzienlijke verbetering en uitbreiding van het huidige leefgebied noodzakelijk. Daarvoor is bijvoorbeeld ook een verbinding tussen de Sallandse Heuvelrug en omliggende heide- en hoogveenterreinen nodig.”

Verbeteringen in stappen doorvoeren

Omdat het onduidelijk is of de te nemen maatregelen positief zullen uitwerken wordt aanbevolen om het project in fasen uit te voeren. In eerste instantie gaat het dan om het uitbreiden van het leefgebied en bijplaatsing van korhoenders om een minimale populatieomvang te realiseren. Als dat goed verloopt, moeten nabijgelegen gebieden ontwikkeld worden. Hugh Jansman: “Maar het heeft alleen zin om aan deze reddingsoperatie te beginnen als alle betrokkenen er echt voor willen gaan, en er draagvlak is binnen alle partijen, met garanties voor de langere termijn. Dat draagvlak houdt in dat alle partijen met de strikte voorwaarden voor de verbetering van het leefgebied akkoord gaan. Dit is niet alleen in het belang van het korhoen, maar ook voor soorten als veldleeuwerik, patrijs en geelgors.”