Nieuws

‘Kunstmest’ uit dierlijke mest stap dichterbij

Gepubliceerd op
26 juni 2014

Tijdens de officiële start van het Bioeconomy Innovation Cluster Oost Nederland reikte gedeputeerde Annemieke Traag van de provincie Gelderland op 26 juni een cheque uit van 235.000 euro subsidie aan Wilba-techniek, loon- en vergistingsbedrijf Groot Zevert BV en Alterra Wageningen UR voor de bouw van een innovatieve proefinstallatie voor de verwerking van mest. In de te bouwen installatie zullen fosfaten worden teruggewonnen uit dierlijke mest. Het mestoverschot kan hierdoor sterk worden verminderd.

Delen van fosfaat uit mest verwijderen

Alterra-onderzoeker Oscar Schoumans: “We hebben in het laboratorium onderzocht hoe fosfaten het beste uit dierlijke mest teruggewonnen kunnen worden. Door slimme mechanische en chemische scheidingstechnieken toe te passen zijn we in staat om op een effectieve en relatief goedkope manier grote delen van het fosfaat uit mest verwijderen, zodat die als secundaire grondstof gebruikt kan worden door de industrie, bijvoorbeeld de kunstmestindustrie. Wat rest is een mestproduct dat beter aansluit bij de behoefte van de gewassen (betere stikstof-fosfaatverhouding met nog steeds een hoog organische stofgehalte) waar lokaal en regionaal behoefte aan is. Hierin zetten we beproefde technieken in, en volgens de inschattingen die we met het bedrijfsleven hebben gemaakt moet het financieel uit kunnen, vandaar dat we groot belang hechten aan de bouw van deze pilot.”

Van onderzoek naar de praktijk

Het gaat hier om een potentiële technologische doorbraak in de mestverwerking in Nederland, vindt ook Jeroen Sluijsmans (Alterra), die betrokken is bij het Bioeconomy Innovation Cluster Oost Nederland (BIC-ON). “We moeten nu zo snel mogelijk vanuit het laboratorium naar een eerste toepassing in de ondernemerspraktijk. En als dat werkt, dan direct door naar een opschaling, want er zit een fikse druk op de ketel om van het mineralenoverschot af te komen.” En daarin bewijst het innovatienetwerk van BIC-ON zijn waarde. Sluijsmans: “Vanuit BIC-ON stimuleren we niet alleen innovaties, maar proberen we ook met partijen belemmeringen weg te nemen. Financiering van innovaties is zo’n belemmering die we voortdurend van bedrijven horen, en dat pakken we op.”

Oplossen van mestprobleem

In de praktijkproef zal de vergiste mest grof dan wel fijn gescheiden worden, afhankelijk van de hoeveelheid fosfaat die verwijderd moet worden. Vervolgens zijn er twee sporen ontwikkeld om fosfaten terug te winnen. Eén voor de dikke fractie en één voor de dunne fractie, die al dan niet gecombineerd kunnen worden toegepast. Na de processing kunnen de behandelde mestfracties weer samengevoegd worden tot mest. Uitdaging is om de mineralensamenstelling van de behandelde mest zo veel mogelijk aan te laten sluiten bij de gewasbehoefte in de regio, waardoor ook de mesttransportkosten zo laag mogelijk worden gehouden. Een groot voordeel is verder dat de organische stof behouden blijft voor de landbouwgronden in de regio en de export naar Duitsland kan worden teruggedrongen. Voor de afzet van de teruggewonnen fosfaten zijn er verschillende mogelijkheden en die zullen alleen maar toenemen gelet het feit dat Europa geheel afhankelijk is van de import van fosfaten. Sluijsmans: “Zo snijdt het mes aan twee kanten, enerzijds wordt een bijdrage geleverd aan het oplossen van het mestprobleem (fosfaatoverschot in de vorm van dierlijke mest) en anderzijds wordt bijgedragen aan een fosfaat-circulaire economie.”

Er moet nog veel beproefd worden

Alle ogen zijn nu gericht op dit Topsectoren innovatieproject. Oscar Schoumans: “Ik weet niet meer hoeveel presentaties ik al gehouden heb in binnen- en buitenland, maar overal waar ik kom hoor ik dat dit toch wel een erge mooie en eenvoudige techniek is. Maar ik sta zeker nog niet te juichen. De stap van lab naar de praktijk is altijd groot en het geheel zal nog beproefd moeten worden. Maar ik ben in ieder geval zeer verheugd met de financiering van dit Topsectorenprogramma door LTO en EZ, het enthousiasme bij het bedrijfsleven, de internationale samenwerking op dit vlak (Biorefine) en nu dan gelukkig ook nog met de financiering van de bouw van de pilot die door de provincie Gelderland mogelijk is gemaakt. Ik kan niet wachten totdat het draait en de eerste praktijkgegevens beschikbaar komen.”