Nieuws

Laan van Staalduinen benoemd tot secretaris-generaal EAAE

Gepubliceerd op
2 september 2014

Meer dan 650 landbouweconomen uit de hele wereld hebben deelgenomen aan het driejaarlijkse congres van de European Association of Agricultural Economists (EAAE). Het LEI en het Departement Maatschappijwetenschappen waren daar inhoudelijk goed vertegenwoordigd. Diverse onderzoekers presenteerden er hun wetenschappelijke onderzoek. De internationale waardering voor het LEI kwam ook tot uitdrukking in de benoeming van onze algemeen directeur Laan van Staalduinen tot secretaris-generaal.

Laan van Staalduinen: “De EAAE stimuleert de uitwisseling van wetenschappelijke kennis en is een markt van ideeën en innovatie. Het is een platform om samen met collega-economen het vakgebied verder te brengen. Deze benoeming daagt mij uit agenda zettende onderwerpen aan te dragen die de internationale wetenschappelijke samenwerking verder bevordert en die helpen om uiteindelijk de ‘grand challenges’ van onze tijd met de juiste kennis aan te pakken.”

Dit jaar was er opvallende aandacht voor de onderwerpen klimaatverandering en economische modellen. Bij het thema ‘klimaatverandering’ komt het accent zwaarder te liggen op aanpassing van de landbouw aan klimaateffecten (adaptatie) dan op reductie van klimaatverandering (mitigatie). Economische modellering wordt steeds geavanceerder. Modellen zijn steeds beter met elkaar te integreren, bevatten meer data-input, zijn multidisciplinair, en genereren steeds betere visuele output. Het LEI doet al volop mee in deze ontwikkelingen en bouwt hierop verder door het zoeken naar verbindingen in de economische modellen tussen micro en macro, en tussen economie, technologie, biologie en ecologie.

Op het onderzoeksdomein van de internationale handel bleek dat economen het er over eens zijn dat internationale handel bevorderlijk is voor de welvaart, maar dat goede spelregels niet mogen ontbreken. Het sluiten van multilaterale akkoorden (WTO) blijft daarom ook na het mislukken van het overleg in Bali belangrijk. Vrijhandel kent grenzen en nadelige effecten die bijsturing behoeven.

Het voedingsgedrag van consumenten kwam tijdens de conferentie aan de orde toen het om nudging ging. Deze vorm van gedragsbeïnvloeding door de ene keuze aantrekkelijker of gemakkelijker te maken dan een andere, mag voor overheden geen vrijbrief zijn om voedselbeleid tot achter de voordeur te voeren, zo klonk het.

Een aansluitende stelling tijdens de conferentie is dat beleid van levensmiddelenbedrijven dat inzet op het zetten van kleine stapjes om gezond eten te stimuleren, effectiever zou zijn dan inzetten op grote veranderingen in het consumptiepatroon. Fabrikanten die in kleine stappen suikers, zout of vetten uit hun producten halen, bereiken meer dan het stimuleren van consumenten om meer groenten en fruit te eten.