Nieuws

Lagere inteelttoename in Blaarkoppopulatie door goed fokbeleid

Gepubliceerd op
13 december 2018

Door goed fokbeleid is in de periode 2004-2017 de toename van de verwantschap en inteelt in de populatie Groninger Blaarkoppen uit de risicozone gekomen.

Dit blijkt uit een recente genetische analyse, uitgevoerd door Wageningen UR studente Dierwetenschappen Jo-Anne Schreuder, onder begeleiding van Jack Windig en Kor Oldenbroek van het CGN.   

Inzet van meer stieren leidt tot lagere inteelt

Het aantal raszuivere dieren is in de periode 1972-2017 fors gedaald, van 20.000 naar 1650 koeien. Een drastische verlaging, waardoor de Blaarkop tot de bedreigde Nederlandse runderrassen is gaan behoren. De verwantschap en de inteelt is bestudeerd in drie perioden: 1972 – 1984, 1985 – 2003 en 2004 – 2017. In die drie perioden was de inteelttoename per generatie respectievelijk 0,30%, 1,12% en 0,02%. Volgens internationale normen is een ras met uitsterven bedreigd als de inteelttoename boven de 1% uitkomt, en het streven is om de inteelttoename onder de 0,5% te houden. De toename van de verwantschap en inteelt was duidelijk te hoog in de periode 1985-2003 maar ligt duidelijk onder de norm in de periode 2004-2017. De afname is veroorzaakt door het fokbeleid waarbij meer stieren zijn ingezet.

Kansen om de populatie te vergroten

Om het blaarkopras in stand te houden zijn twee dingen nodig: voldoende dieren en een goed beleid om de genetische diversiteit te bewaken.

Gestimuleerd door de in 2002 opgerichte  “Blaarkopstichting”  is het aantal ingezette zuivere Blaarkopstieren verhoogd van 100 stieren per jaar in de periode 1985-2003 tot 140 per jaar in de periode 2004-2017. Dit heeft in belangrijke mate bijgedragen aan de lagere verwantschap en inteelttoename. Een stier die veel invloed krijgt, kan de verwantschap en daarmee de inteelt in de volgende generaties in een klein ras snel doen toenemen.

Daarnaast is opvallend dat de laatste jaren ca 7.000 inseminaties werden uitgevoerd met sperma van Blaarkop stieren. Uit onderzoek blijkt dat deze stieren worden gekruist met Holstein-Friesian koeien. Vanaf 2005 wordt ongeveer de helft van deze vrouwelijke kruisingsdieren ouder dan drie jaar en dat betekent dat ze in de fokkerij gebruikt worden. Dat biedt kansen om via deze dieren te “upgraden” naar raszuivere Blaarkoppen, waarmee de populatie weer vergroot kan worden.

Lees meer in het artikel in “De Blaarkopper” van september 2018. pagina 14.