Persbericht

Land- en tuinbouwsector in Flevoland staat er relatief goed voor

Gepubliceerd op
6 juli 2016

Flevoland kent relatief hoge gewasopbrengsten en een hoge melkproductie per hectare. De land- en tuinbouw in de provincie staat er daarmee goed voor. Wel zijn de kosten en de grondgebruiks-intensiteit per bedrijf relatief hoog, wat de sector tevens kwetsbaar maakt. Dit blijkt uit onderzoek van LEI Wageningen UR in opdracht van de provincie Flevoland.

Hoewel het opbrengend vermogen van de grond in de provincie hoog is, wordt deze grond ook zwaar belast door het gemiddeld intensieve grondgebruik. Vanwege dit hoge opbrengend vermogen is de grondprijs bovendien hoger dan gemiddeld. Steeds meer agrarische ondernemers proberen daarom extra inkomsten te genereren door zelf hun landbouwproducten te bewerken, verwerken en in sommige gevallen ook te verkopen. Deze ontwikkeling leidt niet alleen tot economische meerwaarde voor het bedrijf, maar stimuleert ook de regionale economie.

Versnippering van landgebruik

Een uitdaging vormt de verkavelingssituatie: een toenemend aantal boeren koopt of pacht stukken land die zich op afstand van het bedrijf bevinden. Hierdoor treedt versnippering van het grond-gebruik op. Dit is niet alleen ongunstig voor de ondernemers zelf, maar vanwege de toenemende transportactiviteiten ook voor de belasting van het wegennet en verkeersveiligheid. Aandacht voor vrijwillige vormen van kavelruil is daarom noodzakelijk.

Groei land- en tuinbouw Flevoland

De komende jaren zal de trend van schaalvergroting en intensivering zich in de Flevolandse land-en tuinbouw voortzetten. Duurzaam bodembeheer zal hierbij wel een steeds belangrijkere plaats innemen. Ook het aandeel van biologische bedrijven, dat in Flevoland al zo’n 7 procent hoger ligt dan landelijk, wordt groter. Dat biedt ruimte voor de provincie op zich op dit vlak specifiek te profileren.

Kansen voor duurzame landbouw

Op het gebied van duurzame en hoogtechnologische (precisie)landbouw biedt Flevoland veel kansen. Agrarische ondernemers en kennisinstellingen zouden hun kennis moeten combineren om de provincie nationaal én internationaal nog beter op de kaart te zetten, adviseren de onderzoekers.