Nieuws

Langdurige gezondheidsproblemen op melkveebedrijven en “chronisch botulisme” zijn niet gerelateerd

Gepubliceerd op
18 september 2014

Sinds een aantal jaren wordt, met name in Duitsland, melding gemaakt van zogenaamd “chronisch” of visceraal” botulisme bij melkvee. De gedachte was dat lage concentraties Clostridium botulinum-bacteriën in de darm gifstoffen (toxines) zouden produceren, leidende tot atypische, chronische gezondheidsklachten. Omdat een goede wetenschappelijke onderbouwing van deze hypothese ontbrak, heeft het Duitse ministerie van Voedsel en Landbouw onderzoek laten uitvoeren.

De hypothese van het “chronisch” botulisme staat los van “klassiek” botulisme waarbij sprake is van opname van buiten het dier gevormde toxines (meestal via gecontamineerd voer). Het voornaamste symptoom van “klassiek” botulisme zijn verlammingsverschijnselen die tot de dood kunnen leiden.

Studie naar chronisch botulisme

De studie naar “chronisch” botulisme is uitgevoerd door de Stiftung Tierärztliche Hochschule Hannover (TiHo). Gedurende tweeënhalf jaar zijn 139 Noord Duitse melkveebedrijven (92 probleembedrijven en 47 controlebedrijven) onderzocht. Daarbij zijn 10 runderen per bedrijf aan een uitgebreid klinisch en laboratoriumonderzoek onderworpen. Behalve naar C. botulinum neurotoxines (BoNT) is gekeken naar mogelijke differentiaal diagnoses en naar voedings-, huisvesting- en management factoren op de bedrijven.  

Resultaten

Op 12 september 2014 zijn de resultaten gepresenteerd met als belangrijkste conclusie dat er géén relatie kon worden aangetoond tussen chronische ziekteproblemen en de aanwezigheid van C. botulinum of diens toxinen. In geen van de 1388 onderzochte faecesmonsters werden neurotoxines aangetoond, wat een belangrijke aanwijzing zou zijn voor in de darm gevormd BoNT en daarmee voor “chronisch botulisme”. Ook de aanwezigheid van toxinegenen lieten geen statistisch significante verschillen zien.   

Wel werd veelvuldig kreupelheid ten gevolge van klauwaandoeningen waargenomen. Op bedrijfsniveau was bij probleembedrijven relatief vaker sprake van mindere kwaliteit kuilvoer, een lager energiegehalte van het rantsoen, of minder koe-ligcomfort. Er werd geen relatie gevonden tussen langdurige gezondheidsproblemen op bedrijven en in de media gesuggereerde risicofactoren zoals glyfosaat gebruik of nabijheid van biogasinstallaties.

Conclusies

De algehele conclusie is dat bij de chronische gezondheidsproblemen op melkveebedrijven in dit onderzoek meerdere bekende factoren een aanwijsbare rol spelen. Bij de aanpak van de problemen is het advies om eerst nauwgezet na te gaan in hoeverre die bekende risicofactoren aanwezig zijn en daarop een plan van aanpak te baseren. 

Deze samenvatting is in samenwerking met Gezondheidsdienst van Dieren samengesteld.

Bron: Duitse website over Botulismus bei Rindern.