oogst, snijmais, methaan, melkvee

Nieuws

Latere oogst van snijmais verlaagt de methaanuitstoot door melkvee

Gepubliceerd op
12 oktober 2015

De methaanuitstoot bij rundvee is sterk afhankelijk van de kwaliteit en verhouding van weidegras, graskuil en maiskuil. Jonger gras verlaagt de methaanuitstoot aanzienlijk, en uit het meest recente onderzoek blijkt dat een maiskuil van later geoogste snijmais een lagere methaanuitstoot geeft. Dit zijn een drietal praktisch inzetbare maatregelen voor veehouders bedrijfsvoering. Promotieonderzoek bij Centrum Diervoeding van Wageningen UR, als onderdeel van het innovatieprogramma Emissie-Arm Veevoer, levert voor het eerst duidelijke relaties op waarmee de sector kan werken.

Methaan is het belangrijkste broeikasgas op een melkveebedrijf. De agrarische sector en de overheid spraken af om in 2020 30% minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990. Daarom financieren de voormalige Productschappen Zuivel en Diervoeder en het ministerie van Economische Zaken het Innovatieprogramma Emissie-Arm Veevoer. In dit programma meten onderzoekers in de respiratiekamers van Wageningen Universiteit de effecten van voersamenstelling op methaanemissie. Gegevens van het onderzoeksproject worden uitgewisseld met landelijke projecten zoals Koeien & Kansen en worden gebruikt in de ontwikkeling van instrumenten als Carbon Feed Print en de KringloopWijzer. Zo kunnen onderzoekers samen met veehouders en de sector de emissie van broeikasgassen op het bedrijf verlagen.

Uit eerder onderzoek van Wageningen UR bleek voor het eerst dat graskwaliteit een grote invloed heeft op de methaanproductie. Op een hoofdzakelijk grasrantsoen blijkt graskuil van jong en hoog bemest gras maar liefst een 30% lagere methaanuitstoot per kg meetmelk te kunnen geven vergeleken met oud, laag bemest gras. Na gras en graskuil (ongeveer de helft van een gemiddeld melkveerantsoen) is maiskuil de belangrijkste component in melkveerantsoenen (circa een kwart). Vergeleken met een gemiddelde graskuil geeft maiskuil een ruim 10% lagere methaanemissie.

Uit recent afgeronde onderzoek blijkt, opnieuw voor het eerst in melkvee, dat uitstel van het oogstmoment van snijmais de methaanemissie verder kan verlagen. Wereldwijd is er vrij weinig bekend over dit soort relaties voor gras en mais, en doorgaans wordt aangenomen dat methaanemissie niet sterk varieert met ruwvoerkwaliteit. Het onderzoek van Wageningen UR werd echter op een dusdanig systematische wijze uitgevoerd, en met meetmethoden die zeer nauwkeurig zijn, dat er wel duidelijke relaties zijn gevonden. Uitstel van het oogstmoment van snijmais laat het droge stofgehalte stijgen. Uit het meest recente onderzoek blijkt dat per procent stijging van het droge stofgehalte in snijmais de methaanemissie met bijna 1.5% daalt. Dit is het gevolg van een toename van het zetmeelgehalte en een daling van de fermenteerbaarheid van het zetmeel in de pens. Een toename van het droge stofgehalte in maiskuil met 5% geeft dus een 8% daling van methaanemissie uit maiskuil.

Genoemde maatregelen rondom de ruwvoerproductie (graslandmanagement, oogstmoment snijmais, aandeel maiskuil in rantsoen) maken gezamenlijk een aanzienlijke daling van de methaanemissie mogelijk. De omvang van die daling op een specifiek melkveebedrijf hangt af van de inpasbaarheid in de bedrijfsvoering, die wordt ingegeven door bijvoorbeeld eisen rondom derogatieverlening en maximale bemestingsnormen. Het onderzoek in Emissie-Arm Veevoer is uitgevoerd door Bayissa Hatew, Geronda Klop, Sabrina Podesta, en Daniel Warner.