Nieuws

Leghennenhouderij in diep dal

Gepubliceerd op
8 juli 2014

Leghennenhouders ontvangen nu twee jaar eierprijzen fors onder de kostprijs. Vooral scharrelhennenhouders hebben moeite het hoofd boven water te houden. Het perspectief voor het komende halfjaar is niet gunstig. De Nederlandse leghennenhouderij is in korte tijd omgeschakeld naar scharrelsystemen. In 2013 werd 64% van de hennen gehouden als scharrelhen, 20% van de hennen had een buitenuitloop (vrije uitloop of biologisch) en 16% van de hennen werd gehouden in koloniehuisvesting of verrijkte kooi. Ondanks een toename in de vraag is er sprake van een te groot aanbod van scharreleieren.

De inkomens schommelden de laatste jaren fors met hoge inkomens in 2009 en 2012 en erg lage inkomens in 2011 en 2013. Over de laatste vijf jaar was het gemiddelde inkomen voor een bedrijf met 50.000 scharrelhennen circa 30.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid. Er is een grote spreiding in inkomen tussen de bedrijven. Nog ongeveer 600 leghennenbedrijven produceren consumptie-eieren in Nederland.

Een groep bedrijven heeft momenteel erg veel moeite met de financiering. Enkele bedrijven zijn failliet verklaard en de bedrijfsvoering is gestopt of overgenomen door derden. Doordat de gebruikelijke, jaarlijkse aankoop van een nieuw koppel jonge hennen niet gefinancierd kon worden, zijn de hennen langer aangehouden. Bij aanhoudend lage eierprijzen blijft het de vraag of een volgende koppel jonge hennen betaald kan worden. Uit het Bedrijveninformatienet blijkt dat circa 80% van de bedrijven in 2013 te maken heeft met een negatieve kasstroom. Bijna de helft van de bedrijven heeft een zodanige kasstroom dat zelfs uitstel van aflossingen onvoldoende soelaas biedt.

Onzekere toekomst

Door de snelle omschakeling in Nederland en Duitsland is er momenteel een structureel overschot aan scharreleieren. Omdat scharreleieren vooral verkocht worden als tafeleieren in Noordwest-Europa is de omvang van de markt beperkt. Extra afzet voor scharreleieren wordt vooral gezocht in de eiproductenindustrie. Hier concurreren de scharreleieren met kooieieren waarvan ook een overschot is op de Europese markt. In een aantal EU-landen is na 2012 de productie uitgebreid (onder andere Frankrijk), terwijl de consumptie in de EU stabiel is. Doordat veel bedrijven in Europa nu hebben geïnvesteerd in een moderne inrichting met bijbehorende financiële verplichtingen, is er weinig animo om de productie te verminderen met een langere periode van leegstand. Dit betekent dat het perspectief voor de komende maanden slecht is en een langere periode van lage eierprijzen verwacht kan worden. Alleen de scharrelbedrijven die voldoende buffer hebben opgebouwd in de goede jaren of bedrijven met een hoge solvabiliteit kunnen de verliezen financieren en de bedrijfsvoering voortzetten.