Afvalwater Schiphol gezuiverd met algen en CO2

Nieuws

Maatwerk voor boer en ziek dier

Gepubliceerd op
3 juni 2015

Maatwerk voor zieke dieren en betere beslissingsondersteuning voor boeren. Daarvoor pleit hoogleraar Henk Hogeveen in zijn inaugurele rede als persoonlijk hoogleraar Management van diergezondheid aan Wageningen University op 4 juni. Het maken van goede afwegingen met oog voor de belangen van dier, boer en maatschappij, vraagt betere modellen die de economische schade van dierziekten voor een individueel bedrijf duidelijk maken.

Aandoeningen als uierontsteking (mastitis), klauwproblemen en verminderde vruchtbaarheid bij koeien kosten veehouders veel geld. Aan productieverlies alleen al kost mastitis, nu het melkquotum is weggevallen, gemiddeld 130 euro per koe per jaar, verminderde reproductie 54 euro en klauwaandoeningen 50 euro per koe per jaar.

Het onderkennen en registreren van aandoeningen op het bedrijf lukt veel veehouders nog wel, maar het inschatten van de kosten blijkt een ander verhaal. ”Die schadeberekening zou een standaardonderdeel moeten zijn van het managementpakket van een veehouder”, vindt prof. Hogeveen. “Want hoe beter je het probleem in beeld hebt, hoe effectiever je maatregelen kunt nemen. Combineer je precisietechnieken in de veehouderij met beslissingsondersteunende systemen, dan kun je dieren ook op maat gaan behandelen.”

Volksgezondheid

Naast diergezondheid uit economisch oogpunt, zijn er de vragen vanuit volksgezondheid en dierenwelzijn. Neem uierontsteking bij koeien. De aandoening is te voorkomen met antibiotica. Maar voor de volksgezondheid is het beter als ook bij dieren zo min mogelijk antibiotica worden gebruikt, om het risico op resistentie zo klein mogelijk te houden. Dé oplossing voor dit alledaagse dilemma heeft Hogeveen echter niet. “De veehouder gaat over de gezondheid van de dieren op zijn bedrijf. Maar over zijn schouder kijken de overheid en burgers mee om volksgezondheid en dierenwelzijn in het oog te houden.” Daarbij verschuiven hun voorwaarden voor dierlijke productie in de loop der jaren. Ook per land kunnen de principes rond diergezondheid verschillen, net als de status van ziektes. In veel ontwikkelingslanden is mond- en klauwzeer bijvoorbeeld endemisch aanwezig, zegt Hogeveen. “Daarnaast weten we nog weinig van wat de samenleving vindt van het gebruik van nieuwe technologieën om de gezondheid van de dieren in de gaten te houden. Daarom is ook voor de diergezondheid een continu en structureel gesprek nodig tussen de veehouderijsector en de maatschappij.”

Internationaal platform

Prof. Hogeveen maakt zich verder sterk voor de oprichting van een internationale organisatie op het gebied van Economics of Animal Health voor het verspreiden en uitwisselen van kennis op het gebied van economische aspecten van diergezondheid. Hogeveen: “Er ontbreekt nog een goed internationaal platform waar jonge onderzoekers op dit vakgebied elkaar kunnen ontmoeten.” Tot slot zou hij graag e-learingmodules op zijn vakgebied willen uitwerken, in een samenwerking tussen de universiteiten van Wageningen en Utrecht, voor studenten en voor dierenartsen en andere professionals.