Mais op scheurgrond heeft geen mest nodig

Nieuws

Mais op scheurgrond heeft geen mest nodig

Gepubliceerd op
21 februari 2018

Scheurgrond levert zoveel stikstof dat er geen bemesting met stikstof nodig is bij mais op gescheurd grasland. Dat blijkt uit resultaten op KTC De Marke. Een vergelijking over het jaar 2017 laat zien dat scheurgrond in geen geval dierlijke mest nodig heeft. Er komt voldoende stikstof vrij voor een goede gewasopbrengst. Dit levert niet alleen een bedrijfseconomisch, maar ook een milieutechnisch voordeel op.

In  figuur 1 zie je hoeveel stikstof er vrij komt voor de teelt van mais op gescheurd grasland. Hierin staat de hoeveel makkelijk vrijkomende stikstof (N-min) in de bodemlaag 0-90 cm. De metingen zijn op drie momenten uitgevoerd. Op de percelen 3 en 16 is voor het tweede jaar  mais geteeld met bemesting (resp. 20 en 25 m3 rundveemest per ha). Op perceel 21 vindt de teelt van mais plaats op scheurgrond zonder bemesting. De zode was 4 jaar oud en is op 10 maart vernietigd.  Hier is het afgelopen jaar een gewasopbrengst van 200 kilogram N per hectare gerealiseerd (18,6 ton ds/ha) en dat is 15% hoger dan op de andere percelen. Naast het leveren van stikstof zorgt de oude zode ook voor het vasthouden van vocht en andere mineralen.

fig.1mrk.png

De maïsopbrengst op scheurgrond en bij het weglaten van de stikstofbemesting (dus geen drijfmest en geen kunstmest) ligt in de praktijk vergelijkbaar met percelen waar wel bemesting heeft plaatsgevonden. Deze maatregel levert zowel een bedrijfseconomisch als milieutechnisch voordeel op. De maatregel leidt tot kostenbesparing voor bemesting op maisland, en tot extra (eiwit)opbrengst van het grasland, als de bespaarde stikstof op een vakkundige manier wordt ingezet op het grasland.

Maatregelen in het veld

Stikstofbemesting bij mais is na het scheuren van grasland dus niet nodig. Een goede beschikbaarheid van fosfaat is wel een voorwaarde. Daarnaast kan bemesting met voorbeeld kali, zwavel of borium nodig zijn. Het is wel belangrijk het juist moment te kiezen voor het stuk maken van de graszode. Het juiste moment hiervoor ligt meestal in de eerste helft van maart. Dit is een goede periode om het gras te frezen, mits de draagkracht van het land goed is. Wanneer de mineralisatie van de zode op tijd start kan de mais de vrijkomende stikstof nog grotendeels benutten. Een goed vanggewas is noodzakelijk om de stikstof die na augustus vrijkomt weer vast te leggen. Uit de figuur blijkt dat ook op scheurgrond een vanggewas noodzakelijk is om de overgebleven stikstof vast te leggen.