Nieuws

Maïs toont achteruitgang van bodemkwaliteit

Gepubliceerd op
2 juli 2014

Paars-bruin kleurende maïs in een relatief warm voorjaar. Wat is er aan de hand? Dit voorjaar laat de maïs tekorten zien in het bedrijfssystemenonderzoek op de Praktijkonderzoek Plant en Omgeving, Wageningen UR, locatie Vredepeel. In het systeem met de laagste aanvoer van fosfaat en organische stof zijn de effecten het grootst.

Op PPO locatie Vredepeel zijn bedrijfssystemen ingericht waar al ruim 10 jaar een lage aanvoer van fosfaat en organische stof plaatsvindt. In de eerste jaren van uitvoering van deze bedrijfssystemen werd er geen tot nauwelijks opbrengstderving geconstateerd. Ook in vergelijking met de gangbare praktijk op de proeflocatie waren de verschillen klein. Na een proefperiode van 6-7 jaar waren er wel opbrengstverschillen waarneembaar. Het systeem met de hogere aanvoer van organische stof, 1500 kg effectieve organische stof (eos) per ha en 55 kg fosfaat per ha, blijft 15% - 20% achter in opbrengst ten opzichte van de gangbare praktijk. Het systeem met de laagste organische stof-aanvoer, 800 kg eos, blijft gemiddeld 25% achter in opbrengst. Dit is vooral te zien in de gewassen aardappel, prei en maïs. De suikerbieten laten wel een gewasstandverschil zien, maar dit uit zich niet in een opbrengstverschil.

Korting op de stikstofgebruiksnormen

Al ruim 25 jaar worden op PPO locatie Vredepeel bedrijfssystemen met elkaar vergeleken. De opdracht daarbij is onder andere om te kijken of rendabele bedrijfsvoering haalbaar is met minimale verliezen van nutriënten om gestelde kwaliteitsdoelen voor grond- en oppervlaktewater te halen. Daarbij komen o.a. efficiënte fosfaat- en stikstofbemestingssystemen en het beheersen van mineralisatie uit organische stof aan bod. Dit jaar wordt in het onderzoek ook al vooruitgelopen op de 20% korting op de stikstofgebruiksnormen