Meer groen, minder ADHD (maar alleen in arme buurten)

Nieuws

Meer groen, minder ADHD (maar alleen in arme buurten)

Gepubliceerd op
23 november 2015

Uit nieuw onderzoek van Alterra Wageningen UR blijkt dat een groenere woonomgeving gepaard gaat met een lagere kans op ADHD bij kinderen. Die conclusie valt indirect te trekken uit het feit dat kinderen in een groenere omgeving wonen minder vaak een ADHD-middel, zoals Ritalin, gebruiken. Opvallend is dat deze samenhang alleen bestaat in minder welgestelde buurten.

Er zijn steeds meer aanwijzingen dat groen in de woonomgeving goed is voor de gezondheid. Vooral het rustgevende en herstellende vermogen van contact met groen lijkt daarbij van belang. Voorbeelden uit onderzoek zijn: sneller herstel van een stressvolle gebeurtenis, beter concentratievermogen en meer zelfbeheersing. Het meeste onderzoek heeft echter alleen naar volwassenen gekeken. Onderzoek onder kinderen komt relatief weinig voor.

In een nieuwe studie heeft Alterra-onderzoeker Sjerp de Vries samen met collega’s uit de zorgsector, NIVEL en het UMC Utrecht, gekeken naar de relatie tussen de hoeveelheid groen in de woonomgeving en het gebruik van ADHD-medicatie door kinderen. ADHD lijkt bij uitstek een aandoening waarbij de genoemde positieve effecten van groen van waarde kunnen zijn. “Onze uitkomsten laten inderdaad een positieve samenhang zien,” zegt De Vries, die zijn onderzoek deed met behulp van data van zorgverzekeraar Achmea over de vergoeding van geneesmiddelen.

Van de ca. 250.000 kinderen tussen de 5 en 12 jaar had 3,7% in 2011 een ADHD-middel vergoed gekregen. Aan de huisadressen zijn gegevens gekoppeld over de hoeveelheid groen in de woonomgeving. Binnen een straal van 250 meter is de hoeveelheid groengebied vastgelegd, zoals stadspark, bos, natuur of agrarisch gebied. Hetzelfde is gedaan voor kleine groenelementen, zoals straatbomen, groenstroken of tuinen.

Statistische analyses laten zien dat meer groengebied binnen 250 meter gepaard gaat met een lagere kans op het gebruik van een ADHD-middel. Dat gold niet voor de aanwezigheid van kleine groenelementen. In de analyses is rekening gehouden met de leeftijd en het geslacht van het kind, evenals met een aantal kenmerken van de buurt: gemiddelde WOZ-waarde woningen, stedelijkheids­graad (adresdichtheid), aandeel niet-westerse allochtonen, aandeel kinderen onder de 15 jaar (mogelijke speelkameraadjes).

De gevonden relatie tussen de aanwezigheid van groen en ADHD-medicatie bleek alleen in minder welgestelde buurten te bestaan. In buurten met een gemiddelde WOZ-waarde van de woningen van minder dan 145.000 euro gaat meer groen (45% i.p.v. 25%) gepaard met ruim 10% minder medicatiegebruik. In sociaaleconomisch meer welgestelde buurten was dit verband zwakker. Aanvullend is geconstateerd dat minder welgestelde buurten gemiddeld genomen over minder groen beschikken. Sjerp de Vries: “Juist in buurten waar het groen wel eens het meest effectief zou kunnen zijn, is er momenteel het minst van.”