Meer melk per koe bij stabiele stikstof en fosforbenutting

Nieuws

Meer melk per koe bij stabiele stikstof- en fosforbenutting

Gepubliceerd op
4 juli 2016

In 2015 is op het gemiddelde Koeien & Kansen-bedrijf de benutting van stikstof en fosfor van het vee niet veel veranderd ten opzichte van 2014. De melkproductie nam wel met ruim 200 kilogram per koe toe.

Stikstofbenutting iets hoger

Het gemiddelde Koeien & Kansen-bedrijf benutte de stikstof uit voer iets beter voor de omzetting naar melk en vlees in 2015 dan in 2014. Figuur 1 laat zien dat het gemiddelde Koeien & Kansenbedrijf in 2015 ruim 25% van de stikstof uit voer omzette in melk en vlees. In 2014 lag deze benutting 0,5% lager. Bedrijven 7 en 12 doen in 2015 voor het eerst mee en zijn alle tabellen niet meegenomen in het gemiddelde. Van de 14 bedrijven die in 2014 ook aan Koeien & Kansen meededen hadden 8 bedrijven in 2015 een hogere stikstofbenutting, 3 bedrijven een lagere stikstofbenutting en bleef de stikstofbenutting op 3 bedrijven gelijk.

Figuur 1: Stikstofbenutting vee op Koeien & Kansen-bedrijven in 2014 en 2015.
Figuur 1: Stikstofbenutting vee op Koeien & Kansen-bedrijven in 2014 en 2015.

Figuur 1 laat zien dat de stikstofbenutting op bedrijf 2 en bedrijf 14 met 2 procentpunten toeneemt. Op beide bedrijven is er meer stikstofoutput, want de melkproductie per koe is op beide bedrijven met ongeveer 350 kg melk per koe gestegen. De input is op beide bedrijven ook gewijzigd. Op bedrijf 2 is meer mais gevoerd en minder krachtvoer (incl. bijproducten). Omdat maïs minder N/kg ds bevat dan krachtvoer, is de totale stikstofefficiëntie gestegen. Op bedrijf 14 is weliswaar meer krachtvoer gevoerd, maar ook minder bijproducten. Ook het ruwvoerrantsoen is veranderd door minder graskuil en meer maïs te voeren. Per saldo is op dit bedrijf het RE-gehalte van het rantsoen daardoor met 6 g RE/kg afgenomen.

Fosforbenutting iets lager

De fosforbenutting van vee op de Koeien & Kansen-bedrijven was in 2015 iets lager dan in 2014 (0,2% lagere benutting). De efficiëntie om fosfor in voer om te zetten in fosfor in melk en vlees nam dus zeer beperkt af en kwam uit op 31,6%. 8 bedrijven hadden een lagere fosforbenutting in 2015, terwijl op 4 bedrijven deze steeg en op 2 bedrijven deze gelijk bleef ten opzichte van 2014.

Figuur 2 laat zien dat de fosforbenutting op bedrijf 8 met 2 procentpunten is gedaald. De fosforbenutting op dit bedrijf daalde ondanks een ruim 100 kg hogere melkproductie per koe. Dit komt vooral door meer graskuil te voeren en minder fosforarme bijproducten. Bovendien is het P-gehalte van graskuil op dit bedrijf ook 0,5 g P/kg ds hoger dan in 2014.

Figuur 2: Fosforbenutting vee op Koeien & Kansen-bedrijven in 2014 en 2015
Figuur 2: Fosforbenutting vee op Koeien & Kansen-bedrijven in 2014 en 2015

Op bedrijf 3 en 6 steeg de fosforbenutting in 2015 met 2 procentpunten. Op bedrijf 3 was de P-benutting hoger ondanks een groter aandeel graskuil in het rantsoen. De verbetering op dit bedrijf komt door een lager P-gehalte van de meeste voedermiddelen (behalve graskuil). Vooral het P-gehalte van krachtvoer daalde van 3,2 naar 2,9 g P/kg krachtvoer). Ook de extra afvoer van fosfor uit vee en melk in 2015 en opzichte van 2014 leidde tot een verbetering van de P-benutting op bedrijf 3.

Op bedrijf 6 nam de fosforbenutting vooral toe door meer afvoer van fosfor met melk en lager P-gehalte in krachtvoer (P-gehalte krachtvoer daalde van 4,9 g P/kg naar 4,4 g P/kg krachtvoer).

Meer melk

Ondanks dat de omzetting van stikstof en fosfor van voer naar melk en vlees in 2015 nauwelijks veranderde, produceerden de koeien op de Koeien & Kansen-bedrijven wel meer melk. Figuur 3 laat zien dat de gemiddelde FPCM melkproductie op de Koeien & Kansen-bedrijven in 2015 met 200 kg per koe toenam naar meer dan 9000 kg FPCM per koe.

Figuur 3: Melkproductie per koe (kg FPCM) op Koeien & Kansen-bedrijven in 2014 en 2015.
Figuur 3: Melkproductie per koe (kg FPCM) op Koeien & Kansen-bedrijven in 2014 en 2015.

Vooral op bedrijf 6 en bedrijf 13 werd een forse productiestijging gerealiseerd. Op bedrijf 6 steeg de melkproductie van 9150 kg FPCM in 2014 naar ruim 9800 kg FPCM in 2015, terwijl op de bedrijf 13 een melkproductiestijging van ruim 1100 kg FPCM per koe werd gerealiseerd naar ruim 8600 kg FPCM in 2015. Op bijna alle bedrijven steeg de melkproductie per koe in 2015 of bleef tenminste gelijk. Alleen op bedrijf 16 daalde de melkproductie per koe beperkt met 150 kg FPCM per koe.

Toelichting interpretatie getallen 2015

Twee nieuwe bedrijven vanaf 2015

In 2015 zijn twee nieuwe bedrijven in de Koeien & Kansen-groep gekomen. Tegelijkertijd is afscheid genomen van 2 bedrijven die in 2014 nog wel meededen. Om de resultaten van de mineralenbenutting van het vee, de melkproductie en de krachtvoergift goed te kunnen vergelijken, zijn in dit artikel de resultaten van de twee nieuwe en twee bedrijven waarvan afscheid is genomen, niet meegenomen in het gemiddelde. Het gemiddelde is daarom gebaseerd op 14 bedrijven. De resultaten van de nieuwe bedrijven (7 en 12) zijn ter illustratie wel voor 2015 in de figuren weergegeven.