Meerjarig effect van grondbewerkingsmethoden en groenbemesterstrategieën

Nieuws

Meerjarig effect van grondbewerkingsmethoden en groenbemesterstrategieën

Gepubliceerd op
12 juni 2018

Dit jaar is binnen de PPS Ruwvoer en bodem op proefbedrijf Kooijenburg te Marwijksoord voor het zevende jaar een meerjarige proef aangelegd met verschillende grondbewerkingen (spitten, niet-kerende grondbewerking en strokenteelt) en verschillende groenbemesters strategieën (nazaai en onderzaai in combinatie met vroeg vernietigen en eerst een snede oogsten). De vraag is of bij minder intensieve grondbewerking en toepassen van verschillende groenbemesters/tussengewassen de voederwaardeopbrengst op peil blijft en tegelijkertijd de bodemkwaliteit kan worden verbeterd.

Teeltsystemen

De proef is in 2012 gestart en de verschillende behandelingen zijn steeds exact op dezelfde plek uitgevoerd. Het gaat om de volgende teeltsytemen:

1. Continuteelt, spitten, nazaai rogge, vroeg doodspuiten (referentie)
2a. Continuteelt, NKG1), onderzaai Italiaans raaigras, vroeg doodspuiten
2b. Continuteelt, NKG1), onderzaai Italiaans raaigras, eerst een snede maaien
3a. Vruchtwisseling 1 jaar maïs + 1 jaar gras, strokenteelt, vroeg doodspuiten
3b. Vruchtwisseling 1 jaar maïs + 1 jaar gras, strokenteelt, eerst een snede maaien
4. Continu strokenteelt, eerst een snede maaien, gras remmen met Titus
1) Woelen 25-30 cm plus toplaag frezen

Figuur 1 geeft de gemiddelde opbrengstresultaten over de jaren 2012-2017 van een aantal teeltsystemen.

Figuur 1: Drogestofopbrengsten van verschillende teeltsystemen, gemiddeld over de jaren 2012-2017
Figuur 1: Drogestofopbrengsten van verschillende teeltsystemen, gemiddeld over de jaren 2012-2017

Resultaten na zes jaar

De gemiddelde maïsopbrengst van het teeltsysteem met NKG en onderzaai van Italiaans raaigras (systeem 2a) was een ton ds/ha lager dan van het referentie systeem met spitten. Dit verschil was echter niet significant. Wanneer bij dat systeem eerst het vanggewas wordt geoogst (systeem 2b) dan was de totale ds-opbrengst van beide systemen gelijk. De maïsopbrengst van strokenteelt na éénjarig grasland was gemiddeld 1,5 ton ds/ha lager dan van het referentiesysteem. Wanneer bij dit systeem eerst een snede gras werd geoogst van ruim 2 ton ds/ha (systeem 3b), was de totale opbrengst zelfs iets hoger dan van het referentiesysteem. De totale opbrengst (maïs + snede gras) van het systeem met continu strokenteelt in grasland waarbij elk jaar het gras wordt geremd door een bespuiting met een lage dosering Titus (systeem 4), bleef met gemiddeld bijna 14 ton ds/ha duidelijk achter bij de andere systemen. De maïs ondervond in dit systeem te veel concurrentie van het gras, ondanks dat die geremd werd door een bespuiting met Titus.

Effecten op bodem en financiën

Naast gewasopbrengsten wordt in het onderzoek ook gekeken naar effecten op organische stofgehalte van de bodem. Onderzoekers gaan hier het komend jaar nader naar kijken. Daarnaast zullen zij ook de economische resultaten (baten en kosten) op een rij zetten.

Dit jaar is de proef voor het zevende jaar aangelegd.

Strokenteelt en onderzaai van groenbemesters zijn enkele teeltmaatregelen die in het onderzoek worden meegenomen.
Strokenteelt en onderzaai van groenbemesters zijn enkele teeltmaatregelen die in het onderzoek worden meegenomen.