Methode om risico’s van toxische stoffen te beoordelen is aan herziening toe

Persbericht

Methode om risico’s van toxische stoffen te beoordelen is aan herziening toe

Gepubliceerd op
19 oktober 2017

Om het proefdierengebruik te verminderen en bovendien heldere uitspraken te kunnen doen over de gezondheidsrisico’s van giftige stoffen of mengsels van stoffen, is een herziening nodig van de manier waarop we nu beoordelen of stoffen in ons voedsel of in het milieu gevaar opleveren. Buitengewoon hoogleraar Environmental Health and Human Biomonitoring of Contaminants, Peter Boogaard, legt in zijn inaugurele rede aan Wageningen University & Research op 19 oktober uit wat daarvoor nodig is. Zijn leerstoel wordt gefinancierd door Shell.

Voor het beoordelen van het gezondheidsrisico van lichaamsvreemde stoffen zetten toxicologen een risicoanalyse op. Ze stellen de toxische effecten vast (hazard assessment) en meten bij welke concentratie van de stof deze effecten (response) optreden. Combinatie van deze informatie met de mate van blootstelling levert een beeld op van het gezondheidsrisico. Op basis van het risico kunnen maatregelen genomen worden wat meestal betekent dat de blootstelling aan de giftige stoffen wordt beperkt, bijvoorbeeld door een product met een giftige stof uit de schappen te verwijderen.

“Op basis van de kennis die we opdoen met het gebruik van proefdieren en om ethische redenen willen we het aantal proefdieren terugdringen”, zegt prof. Boogaard. “En dat kan.” In zijn inaugurele rede ‘Towards an alternative human risk assessment paradigm’ schetst hij twee onderzoekslijnen die hij bij de Wageningse leerstoelgroep Toxicologie wil uitvoeren. “Ten eerste moeten we weg bewegen van dierproeven die zijn gebaseerd op levende zoogdieren, zoals ratten en muizen”, zegt de hoogleraar. “Daarvoor in plaats moeten we in de reageerbuis testen op cellen, bij voorkeur menselijke lichaamscellen.” Daarnaast legt prof. Boogaard zich in zijn onderzoek toe op het meten van de werkelijke blootstelling in de mens, door het meten van de chemische stoffen in urine of bloed en het vertalen van de gegevens die voortvloeien uit de reageerbuisproeven naar de levende situatie. “Daarin combineren we in wiskundig modellen kennis over het menselijk lichaam, zoals de fysiologie, met het metabolisme van verschillende stoffen. Die combinatie levert een alternatief op voor het huidige risicoanalysemodel dat op proefdieren is gebaseerd.” Het nieuwe inschattingsmodel voor gezondheidsrisico’s is daarmee diervrij en gebaseerd op blootstelling van de stoffen aan de lichaamscellen van de mens, in plaats van dierlijke cellen.

Proefdiergebruik

De nieuwe risicoinschattingsmethoden worden ook aangemoedigd door het feit dat het testen van complexe stoffen enorme aantallen dierproeven zouden vergen. De EU eist dat stoffen die wijdverspreid worden gebruikt (meer dan honderd ton per jaar) getest worden op hun invloed op de voortplanting. Deze groep complexe stoffen omvat bijvoorbeeld vetzuurverbindingen, kleur- en geurstoffen, enzymen, oplosmiddelen, koolwaterstoffen en honderden andere verbindingen. “Het testen van al deze stoffen die nu op de markt zijn vereist extreem veel proefdieren en bovendien is de uitkomst niet altijd betrouwbaar. Daarom is deze manier om de potentiële giftigheid van stoffen voor de menselijke gezondheid in te schatten een passend alternatief,” aldus prof. Boogaard.

De leerstoel van prof. Boogaard is ondergebracht bij de leerstoelgroep Toxicologie onder leiding van prof. Ivonne Rietjens.