Blaarkop genen inteelt

Nieuws

Minder inteelt Blaarkop door gebruik van de genenbank

Gepubliceerd op
15 oktober 2015

Gebruik van stieren uit de nationale genenbank voor landbouwhuisdieren kan de gemiddelde verwantschap en inteelt bij de Groninger Blaarkop flink verlagen.

Dat is de conclusie van een onderzoek van SZH en CGN. Bij de beschikbare stieren bij KI-organisaties is de verwantschap met de huidige populatie vrouwelijke dieren vrij hoog. Tussen stieren met de hoogste en stieren met de laagste verwantschap zit slechts een factor 2 in gemiddelde verwantschap; bij de “genenbankstieren” is dat een factor 7.

Blaarkoppen

De Blaarkoppopulatie bestaat uit ongeveer 2600 koeien. Er zijn voorouders die relatief veel invloed op de verwantschappen in de huidige populatie hebben, waardoor de kans op inteelt wordt verhoogd. De inteelttoename, als maat voor hoe de genetische variatie in de populatie wordt behouden, is in de laatste generatie ongeveer 1%. Het is voor het behoud van een gezonde Blaarkoppopulatie van groot belang om voldoende stieren te blijven inzetten die minder dan gemiddeld verwant zijn aan het ras. Passen de stieren passen bij het fokdoel van de Blaarkopfokkers, dan kan gebruik van stieren uit de genenbank de inteelttoename fors verminderen.

Instandhouding van rassen

CGN en SZH adviseren rasverenigingen om duurzaam fokbeleid te ontwikkelen en inteelttoenamebeperkt te houden. De genenbank van het CGN kan daarbij een belangrijke rol spelen en is een verzekering voor de instandhouding van rassen op lange termijn. CGN zorgt voor voldoende diversiteit in de genenbankcollecties en vult de genenbank regelmatig aan omdat populaties in de loop van de tijd veranderen.
CGN documenteert de collecties en geeft genetisch materiaal uit voor fokkerij en wetenschappelijk onderzoek.

(Bron foto: SZH)