Nieuws

Mineralenconcentraat werkt als kunstmest

Gepubliceerd op
21 maart 2014

Nederland importeert veel veevoer, waardoor de veehouderij meer mest produceert dan zij op eigen land - vanuit milieu-oogpunt - verantwoord kwijt kan. Vooral fosfaat levert problemen op. Mest moet daarom worden vervoerd naar gebieden waar behoefte aan fosfaat bestaat. Onderzoekers van onder meer Wageningen UR hebben de effecten van het gebruik van mineralenconcentraat op gewassen en milieu onderzocht.

Veehouders vinden dit vervoer van mest spijtig, omdat daarmee ook stikstof wordt afgevoerd terwijl daar wel behoefte aan bestaat bij diverse gewassen. Het afvoeren van mest betekent dat ze kunstmeststikstof moeten aankopen. Bovendien kost het transport van de doorgaans waterige mest veel dieselolie.

Scheiden van mest

Aan deze bezwaren kan worden tegemoet gekomen door mest te scheiden in een dunne fractie met vooral water en stikstof en een dikke fractie met vooral droge stof en fosfaat. De aldus ontwaterde dikke fractie laat zich goedkoper exporteren en de dunne fractie blijft voor gebruik in het veehouderijgebied om zo op de aankoop van kunstmeststikstof te kunnen besparen. De Europese Commissie ziet dunne fractie echter nog steeds als dierlijke mest. Dunne fractie mag in haar ogen dus niet in plaats van stikstofkunstmest gegeven worden, zelfs niet als die wordt opgewerkt tot een zogenaamd mineralenconcentraat.

Effect van het gebruik van mineralenconcentraat op gewassen en milieu

Op verzoek van overheid en bedrijfsleven zijn daarom de effecten van het gebruik van mineralenconcentraat op gewassen en milieu onderzocht. Jaap Schröder, onderzoeker bij Agrosysteemkunde van Wageningen UR, en andere wetenschappers hebben dat onderzocht in veldexperimenten met aardappel en maïs. Zij concluderen in een artikel in 'Communications in Soil Science and Plant Analysis' dat een mineralenconcentraat een goede vervanger is voor kunstmest en bovendien niet meer emissie naar lucht en water geeft dan kunstmest.