Mosselbanken als dynamische structuren

Nieuws

Mosselbanken als dynamische structuren

Gepubliceerd op
2 april 2019

Wageningen Marine Research onderzoekt jaarlijks een aantal individuele droogvallende mosselbanken in de Waddenzee. De vraag is hoe bankeigenschappen zoals omtrek-, schelpdierbedekking en mosselpopulatie-opbouw, veranderen en of mosselbanken meerdere jaren kunnen blijven bestaan. Dit laatste is van belang voor het behoud van de kwaliteit van ‘droogvallende zandplaten’ in de Waddenzee. Het recent verschenen rapport bevestigt conclusies uit eerder onderzoek dat mosselbanken een stabiel en langdurig (decennia) verschijnsel kunnen zijn op een bepaalde locatie, al kunnen individuele mosselen, bankdelen en complete banken ook verdwijnen en korter aanwezig zijn.

Jaarlijkse monitoring

In het beheerplan van de Waddenzee voor de periode 2016-2022 is opgenomen dat herstel van droogvallende mosselbanken en zeegrasvelden noodzakelijk is om de kwaliteit van het habitattype ‘droogvallende zandplaten’ te verbeteren. Wageningen Marine Research doet hier onderzoek naar als wettelijke onderzoekstaak onder coördinatie van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Jaarlijks wordt een aantal mosselbanken op de droogvallende platen in kaart gebracht om inzicht te krijgen in de jaarlijkse veranderingen in locatie en om bankomvang te kunnen documenteren. Ook wordt informatie verzameld over de samenstelling van de bank, zoals het met mosselen- en oesters bedekte oppervlak, de biomassa- en lengteverdeling van zowel mosselen als oesters en de aanwezigheid van andere organismen op de mosselbank. Hierdoor levert het project ook inzicht op in de vestiging en verspreiding van de Japanse oester in de Waddenzee sinds 2000 en de consequenties hiervan voor de mosselpopulaties.

Invloed van mosselbroedvallen

De mosselbanken die jaarlijks bezocht worden, liggen in de oostelijke Waddenzee en bevinden zich onder de eilanden Ameland, Schiermonnikoog en nabij Rottumerplaat en Rottumeroog. Een groot deel van de onderzochte banken heeft zich, door onder andere periodiek terugkomende mosselbroedvallen, sinds de start van het onderzoek in 1995 kunnen handhaven; ze zijn reeds tussen de 12 en 23 jaar aanwezig op min of meer dezelfde plek. Ook de randen van de banken blijken, voor grote delen van de mosselbank, opvallend stabiel te zijn. Er zijn echter ook meer dynamische bankdelen, die zich uitbreiden door verschuivingen van bankdelen na storm(en) en/of na een goede zaadval en weer uiteenvallen na sterfte of wegspoeling. Langjarige bankoverleving is niet vanzelfsprekend. Zo zijn de afgelopen periode een aantal banken die opgenomen waren in dit onderzoek geheel of nagenoeg verdwenen nadat deze ongeveer vijf tot tien jaar aanwezig waren.

Impact Japanse oesters

De introductie van de Japanse oester heeft grote invloed gehad op de mosselpopulatie; Japanse oesters worden inmiddels op alle banken aangetroffen. Qua aantallen zijn mosselen nog altijd in de meerderheid maar qua biomassa is dit voor een aantal banken al jaren niet meer zo. Er heeft een opvallend goede oesterbroedval plaatsgevonden in 2014 op een aantal banken die in opvolgende jaren gegroeid zijn. Het is momenteel niet duidelijk of het effect van oesters op de mosselpopulatie uitgewerkt is.

Trilaterale monitoring

Naast dit onderzoek vindt er bij Wageningen Marine Research ook onderzoek plaats naar het totale areaal aan droogvallende mossel- en Japanse oesterbanken in de Nederlandse kustwateren. De inventarisaties worden ingebracht in het Trilaterale Monitoring Programma zoals dat internationaal is overeengekomen voor de Waddenzee (TMAP) en worden onder andere gebruikt in rapportages over de toestand van de natuur in het Natura 2000-gebied Waddenzee.

Lees meer in de dossiers