Nieuws

Mosselbanken in Nederlandse Waddenzee blijven stabiel

Gepubliceerd op
15 maart 2016

IMARES Wageningen UR bestudeert al 20 jaar de ontwikkeling van mosselbanken in de Nederlandse Waddenzee. Het gaat vooral om de eigenschappen die het al dan niet overleven van mosselbanken bepalen. Het onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken.

Belangrijke ecotoop

Droogvallende mosselbanken zijn een belangrijke ecotoop binnen de Waddenzee. Na het verdwijnen van de mosselbanken in de jaren negentig van de vorige eeuw karteren onderzoekers van IMARES elk jaar een aantal individuele mosselbanken. Dit om de huidige locatie en grootte na te gaan, en om de jaarlijkse veranderingen te kunnen zien. Ook de bedekking van mosselbanken, de grootteklassen en biomassa van de mosselen, het percentage oesters en andere organismen op de mosselbank worden gemeten.

Mosselbanken gaan in het algemeen na het jaar van ontstaan langzaam in oppervlakte, bedekkingspercentage en populatiedichtheid achteruit. Op de mosselbanken neemt dan het percentage lege schelpen, algen, zeepokken en restgewicht toe in verhouding tot de levende mosselen. De afname in oppervlakte en bedekking wordt af en toe tenietgedaan door een goede broedval, waarna het proces opnieuw begint. Over de jaren ontstaat dus geleidelijk een mosselbank met meerdere jaarklassen en met een gevarieerde gemeenschap.

Stabiel

De drie mosselbanken die vanaf 1997 worden gevolgd (maar al eerder zijn ontstaan) zijn in 2014 alle nog aanwezig. Deze banken bestaan inmiddels zeker 20 jaar op dezelfde locatie. Deze oude banken zijn erg stabiel in oppervlakte. Op twee van deze banken is een lichte toename in mosselbedekking te zien. Van de vijf mosselbanken die de onderzoekers vanaf 2006 elk najaar bezoeken, zijn er drie verdwenen. Deze banken waren al enkele jaren oud toen ze voor het eerst bezocht werden. De overgebleven twee mosselbanken zijn inmiddels zeker negen jaar op dezelfde plek aanwezig, waarschijnlijk al meer dan twaalf jaar. Op één van deze banken, gelegen op Rottum Wantij, heeft een mosselbroedval plaatsgevonden in 2013 (zichtbaar in 2014). Ook in 2009 heeft hier een mosselbroedval plaatsgevonden. Dit is ook de enige bank waar geen noemenswaardige oesterontwikkeling plaatsvindt. Hoewel deze banken in oppervlakte en bedekking in de loop der jaren sterk fluctueren, tonen ze aan dat deze meer dynamische mosselbanken ook jarenlang op een bepaalde locatie aanwezig kunnen blijven en daarmee een stabiele mosselbank kunnen vertegenwoordigen.

Oesters

Op vrijwel alle gevolgde mosselbanken komt de Japanse oester steeds vaker voor. De mosselbanken ontwikkelen zich hierbij tot een gemengde mossel-oesterbank. Tussen de rechtopstaande oesters zijn veel mosselen te vinden. In drie mosselbanken lijkt het aantal oesters te stabiliseren terwijl, als gevolg van oestergroei, het oestergewicht nog iets toeneemt. In twee mosselbanken op Rottumerplaat en Rottumeroog heeft in 2014 een grote oesterbroedval plaatsgevonden, de oester is daar nu het meest veel voorkomende schelpdier. De vestiging van oesters op een mosselbank kan mosselen wegconcurreren, maar er kan ook sprake zijn van extra bescherming en stabiliteit.