Nieuws

Natuurbeleid in Nederland kan tegen een stootje

Gepubliceerd op
17 maart 2016

Het natuurbeleid in Nederland is robuust. Wetgeving, ruimtelijke ordening, eigendomssituatie en diverse overheidssubsidies zorgen ervoor dat het natuurbeleid tegen een stootje kan. Als één van deze pijlers wegvalt of verandert, heeft dat in eerste instantie vaak geen grote gevolgen voor de continuïteit van het natuurbeheer. Dit blijkt uit een onderzoek van Alterra Wageningen UR in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving naar aanleiding van de herijking van het nationale natuurnetwerk.

Herijking

Met de herijking van de Ecologische Hoofdstructuur, nu Natuurnetwerk Nederland, heeft de overheid een keerpunt in het natuurbeleid gemaakt. De EHS is verkleind, de kwaliteitsambitie is verhoogd en de provincies moeten zorgen voor de uitvoering en de financiering van het natuurbeheer. Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten of provinciale landschappen zijn niet meer de logische eigenaar en beheerder van natuurgebieden.

Natuurbeleid

Het natuurbeleid in Nederland rust op vier pijlers. Allereerst is er de wettelijke bescherming door de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet, de Boswet en de Natuurschoonwet. Via provinciale verordeningen en bestemmingsplannen van gemeenten wordt natuur ruimtelijk beschermd. Het eigendom van terreinbeherende organisaties en de overheidssubsidies om natuurgebieden te verwerven, in te richten en te beheren, zorgen ten slotte voor continuïteit. Bestaande natuurwaarden worden meestal beschermd door algemene wetgeving en lokale bestemmingsplannen. Gewenste natuurwaarden liggen echter alleen in het subsidiekader vast. Beheersubsidies zijn onmisbaar als het gaat om bepaalde gewenste natuurontwikkelingen.

Veranderingen

De onderzoekers zijn de mogelijke gevolgen nagegaan van veranderingen in het natuurbeleid, de eigendomssituatie of de subsidiemogelijkheden. De Natuurbeschermingswet, de Flora- en faunawet en Boswet zorgen voor voldoende bescherming tegen afname van natuurwaarden. Natura 2000-gebieden hebben beheerplannen en er zijn budgets beschikbaar die de beoogde natuurdoelen dichterbij brengen. Voor de rest van het nationale natuurnetwerk, de provinciale natuurzones en de natuur in zogenaamde witte gebieden zijn beheersubsidies belangrijk om de beoogde natuurdoelen in deze gebieden te halen. Als deze subsidies wegvallen of als de nieuwe eigenaar minder affiniteit heeft met natuurbeheer, bestaat  de kans dat gewenste natuurdoelen daar niet behaald worden.

Provincies

Provincies hebben een cruciale rol om gewenste natuurdoelen te halen. Zij stellen jaarlijks een natuurbeheerplan op met aanpassingen van de kaart met gebieden die voor subsidie in aanmerking komen. Nu de rijksoverheid de ambitie voor het Natuurnetwerk Nederland heeft verkleind, is het aan lagere overheden of zij de gemaakte natuurplannen of –bestemmingen overeind laten of niet. Sommige provincies of gemeenten grijpen deze ruimte aan om bijvoorbeeld de landbouw meer mogelijkheden te geven, terwijl andere vasthouden aan de natuurplannen en naar nieuwe wegen zoeken om deze te realiseren.