Natuurkwaliteit te verbeteren met mix aan extra maatregelen

Nieuws

Natuurkwaliteit te verbeteren met mix aan extra maatregelen

Gepubliceerd op
3 september 2020

Met een mix aan extra maatregelen zijn de benodigde condities voor de landelijke doelen voor de Vogel- en Habitatrichtlijn in theorie nagenoeg te bereiken in 2050. Dit concluderen PBL en WUR in de zojuist verschenen Tussenrapportage Natuurverkenning 2050. Het bereiken van deze doelen vraagt echter om een intensivering van het bestaande beleid.

De Tussenrapportage Natuurverkenning 2050 bevat de resultaten van twee van de drie scenario’s die PBL en WUR samen ontwikkeld hebben om de strategische keuzes in het natuurbeleid te voeden. Het scenario Business as Usual is een geactualiseerd referentiescenario dat het effect van trends in sociaaleconomische ontwikkelingen en vastgesteld natuur- en milieubeleid op de natuur op lange termijn in beeld brengt.  

De inschatting is dat in het scenario Business as Usual na 2030, nadat een groot deel van het vastgestelde natuur- en milieubeleid is uitgevoerd, het doelbereik gelijk zal blijven aan de ook in eerdere PBL-rapportages al genoemde 65%. De recente beleidsimpuls in stikstof- en natuurbeleid kon in dit scenario nog niet worden meegenomen omdat die nog verder moet worden geconcretiseerd.

Forse impuls natuurnetwerk, mogelijk te combineren met andere opgaven

Het tweede scenario, het Hoger Doelbereik scenario, brengt in beeld hoe de resterende opgave ecologisch gezien het meest effectief is op te lossen. Het doelbereik kan volgens de modelanalyses oplopen tot zo’n 90 à 95%. Hiervoor is dan wel circa 150.000 ha extra leefgebied, verbetering van de waterkwaliteit en waterkwantiteit, natuurvriendelijker inrichting van wateren en 35% vermindering van de stikdepositie, gecombineerd met herstelbeheer, nodig.

Dit vergt aanpassingen van de landbouw in de directe omgeving van Natura 2000-gebieden. Deze aanpassingen zijn mogelijk te combineren met het oplossen van andere maatschappelijke opgaven, zoals het verbeteren van de landschapskwaliteit, het vastleggen van CO2 (in veengebieden en bossen) en het vasthouden van water voor droge tijden. Dit vraagt een bewuste inzet op meekoppeling van deze opgaven, want een eenzijdige focus op verhoging van VHR-doelbereik leidt niet tot grote bijdragen aan de andere opgaven, zo blijkt uit dit scenario.  

Herstelbeheer blijft belangrijk, ook op lange termijn, maar kent beperkingen

Herstelbeheer wordt momenteel ingezet als tijdelijke maatregel om negatieve effecten van te hoge stikstofdepositie tegen te gaan. De zaadbank van planten en essentiële voedingsstoffen uit de bodem kan echter verdwijnen als herstelbeheer te vaak wordt toegepast. Er zijn ook blijvende successen met herstelbeheer geboekt.  In het Hoger Doelbereik scenario constateren de onderzoekers dat het overal halen van de kritische stikstofdepositiewaarden voor VHR-soorten en habitats een zeer emissie-arme samenleving (landbouw, industrie, verkeer) in binnen- en buitenland vereist.  Herstelbeheer, voortbouwend op de successen, zal daarom ook op de langere termijn nodig blijven. 

Klimaatverandering kan grote impact hebben op doelbereik VHR

Deze studie laat ook zien dat de gevolgen van temperatuurtoename door klimaatverandering groot kunnen zijn. Schattingen komen uit op een mogelijke verlaging van het VHR-doelbereik tussen de 3 en 15 procentpunten in scenario Hoger Doelbereik, afhankelijk van de temperatuurstijging die plaats gaat vinden. Daar bovenop kunnen indirecte effecten als droogte, verzilting, bodemdaling en invasieve soorten een aanvullend negatief effect hebben. Het robuuster maken van gebieden en het verbeteren van het ecologische netwerk zodat (her)kolonisatie vanuit andere gebieden in het netwerk mogelijk is, kan helpen om voor te bereiden op klimaatverandering.


In de Natuurverkenning wordt nog een derde scenario ontwikkeld. Hierin staat de synergie met andere maatschappelijke opgaven centraal. De scenario’s samen bieden input om het natuurbeleid over de volle breedte te verbeteren.