Natuurlijke selectie van varroaresistentie gebruikt verschillende mechanismen

Nieuws

Natuurlijke selectie van varroaresistentie gebruikt verschillende mechanismen

Gepubliceerd op
9 december 2015

Delphine Panziera & Tjeerd Blacquière

Sinds de introductie in Europa in de 1970-er jaren heeft de parasitaire mijt Varroa destructor veel schade aangericht, en is nog steeds de grootste bedreiging voor de bijenhouderij. In 2007 is Bijen@wur gestart met een natuurlijk selectieprogramma op Tiengemeten en in de Amsterdamse Waterleidingduinen, waar twee groepen bijenvolken geïsoleerd werden gehouden. De volken werden gehouden zonder varroa te bestrijden, en geselecteerd op overleving van de winter, groeicapaciteit en reproductie. Nadat de bestrijding van varroa was gestopt in de twee groepen bleek snel resistentie tegen varroa te ontstaan en inmiddels zijn de volken in staat te overleven zonder bestrijding van varroa.

Daardoor weten we nu dat er zich een proces heeft voorgedaan dat leidde tot resistentie, maar of die resistentie komt door het ‘groomen’ (eigen en elkaars lichaam schoonpoetsen), door geremde reproductie van mijten (door chemische signalen geproduceerd door de poppen van de bijen) of door gevoelig hygiënisch gedrag van werksters (volwassen werksters die geparasiteerde poppen ontdekken en verwijderen) was nog de vraag.

Varroa Sensitive Hygiene

Om te achterhalen in hoeverre VSH (Varroa Sensitive Hygiene: het specifiek op varroamijten gerichte uitruimen van poppen die schade van varroa ondervinden) een rol speelt bij deze resistentie heeft Bijen@wur in 2015 een experiment gedaan in het voorjaar en de zomer van 2015. De hypothese was dat VSH door de resistente bijen gebruikt wordt om de varroabesmetting binnen de perken te houden, en dat het tenminste één van de mechanismen zou zijn. Om de VSH te meten werden mijten met de hand geïntroduceerd in net gesloten cellen. Om effecten van het broed op de VSH uit te sluiten werd gebruik gemaakt van een ‘neutraal’ broed, afkomstig van een serie Buckfast-volken met zuster-koninginnen. De gebruikte mijten waren afkomstig van ‘mijtendouches’, volken waarin we zorgden voor veel mijten op de bijen (en niet in het broed). De mijten werden uit die volken verzameld met de poedersuikermethode (mijten laten los als bijen met poedersuiker bestrooid worden). Vervolgens werden de mijten één voor één toegevoegd aan net gesloten cellen, die met een scheermesje waren opengemaakt (zie de figuren).

Openen van de cellen met een scheermesje
Openen van de cellen met een scheermesje
Introductie van mijten met een penseeltje
Introductie van mijten met een penseeltje

Na het introduceren van de mijten werden de ramen met het broed teruggehangen in de Buckfast-volken om die bijen de cellen netjes te laten sluiten. Een dag later werden ze daar weer uitgehaald, gecontroleerd of de cellen waren geaccepteerd (er nog waren en netjes dicht gemaakt, al die cellen werden gemarkeerd op plastic overhead sheets), en vervolgens werden de ramen in de volken van de selectiegroepen en controles gehangen. De ramen bleven de volgende week in die volken, en op de 10e tot 11e dag na het sluiten van de cellen geoogst en op het lab onderzocht op aanwezige mijten in de gemarkeerde cellen. Dat moest natuurlijk gebeuren voordat de pop als jonge bij ging uitlopen (want dan waren we de mijt met eventuele nakomelingen ook kwijt). Het aantal cellen/poppen, dat was verwijderd door de bijen, werd genoteerd, en als de pop nog aanwezig was, werd gekeken of de mijt er nog in zat en of ze zich had voortgeplant of niet.

Resultaten

De resultaten van de Waterleidingduinengroep waren volgens verwachting (zie de grafiek): 40% van de geïnfecteerde cellen was uitgeruimd. De resultaten van de Tiengemetengroep en de controle waren echter heel onverwacht: de controlegroep had ook nog 24% van de cellen uitgeruimd, maar in de Tiengemetengroep was dit maar 15%. Terwijl de controle gevoelig is voor varroa, en de Tiengemetengroep resistent, was de controle toch beter in het uitruimen van besmette poppen.

De resistentie van de Tiengemetengroep wordt mogelijk bereikt via een ander mechanisme dan die van de Waterleidingduinengroep, namelijk door het remmen van de reproductie van de mijten. Inderdaad vonden we in eerdere experimenten dat de TG groep veel vaker niet reproducerende mijten had, en mijten met minder vrouwelijke nakomelingen.

Grafiek met resultaten controlegroep, Tiengemetengroep en Waterleidingduinengroep. Klik om te vergroten
Grafiek met resultaten controlegroep, Tiengemetengroep en Waterleidingduinengroep. Klik om te vergroten

Het is heel opmerkelijk dat twee groepen van volken honingbijen, die op een heel vergelijkbare manier zijn behandeld, toch op een zo verschillende manier resistent worden tegen varroa, en dat in heel korte tijd. Deze resultaten zijn meer dan bemoedigend te noemen, en bevestigen de waarde van natuurlijke selectie als manier om tot resistentie tegen varroa te komen, en mogelijk tegen andere (nieuwe) parasieten en plagen.