Nieuws

Natuurverkenning 2010-2040 werkt door in beleid

Gepubliceerd op
16 december 2014

De Natuurverkenning 2010-2040 is vooral input geweest bij gebiedsprocessen en voor provinciale natuurvisies. Op nationaal niveau was de verkenning een belangrijke basis voor de Rijksnatuurvisie 2014. Dit blijkt uit een evaluatieonderzoek van LEI Wageningen UR in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving.

In 2012 heeft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de ‘Natuurverkenning 2010-2040. Visies op de ontwikkeling van natuur en landschap’ uitgebracht. Het PBL wil beter zicht hebben wie de Natuurverkenning 2010-2040 en haar gedachtegoed gebruikt. Dat inzicht is nodig voor volgende verkenningen.

Kijkrichtingen

De onderzoekers zijn onder andere nagegaan welke individuen en groepen bij de ontwikkeling van de Natuurverkenning betrokken waren en wie in het communicatietraject zijn bereikt. Het gebruik is onderzocht aan de hand van een serie interviews. De geïnterviewden geven aan dat vooral de kijkrichtingen van de Natuurverkenning (vitale, functionele, inpasbare en beleefbare natuur) bruikbaar zijn. De kijkrichtingen vormen een methode om op verschillende manieren naar natuur te kijken en er met elkaar over in gesprek te gaan. In het onderwijs zijn de kijkrichtingen gebruikt om studenten te leren dat mensen verschillend over natuur kunnen denken en hoe daarmee om te gaan in bijvoorbeeld ontwerp- en planprocessen.

Natuurverkenning 2016

De waardering voor de Natuurverkenning 2010-2040 is groot. De geïnterviewden hebben met name waardering voor het interactieve proces en de normatieve scenario’s. De volgende Natuurverkenning, die uit zal komen in 2016, zal een Europese verkenning worden. De onderzoekers stellen dat internationale verschillen voor bijvoorbeeld cultuur, politiek en economisch klimaat en fysische geografie een rol zullen spelen. Mogelijke natuurbeelden of kijkrichtingen zouden daarom eerst getoetst moeten worden. PBL heeft dit advies opgevolgd door een internationale survey naar natuurbeelden en –waarden uit te zetten. Interactie en communicatie, vooral voor de doorvertaling naar nationale en nog lagere regionen, zal essentieel zijn. Onder meer Youtube-filmpjes, videoconferenties, linkedingroepen, twitter, crowdsourcing, spelsimulatie, en het starten van een community (of practice) kunnen hierbij worden ingezet. PBL heeft dit jaar een internetfilmpje gemaakt over de Europese natuur en twittert over het huidige rond de Natuurverkenning 2016.

Ambassadeurs

De onderzoekers bevelen ook aan om ambassadeurs te benoemen: bekende personen met impact in een bepaald speelveld. Zij kunnen de Natuurverkenning bekendheid geven in hun netwerk en helpen zorgen voor (blijvende) betrokkenheid en gebruik in dat speelveld. PBL heeft deze suggestie vertaald in het werken met zogenaamde gatekeepers. Dit zijn workshopparticipanten aan wie wordt gevraagd om het gedachtengoed van de Natuurverkenning uit te zetten binnen hun achterban.