Nieuws

Nauwkeuriger gegevens en minder administratie voor schapen- en geitenhouderij

Gepubliceerd op
18 augustus 2020

Het Identificatie- en Registratiesysteem voor Schapen en Geiten kan ingezet worden om de benodigde informatie over de schapen- en geitenhouderij voor de Landbouwtelling en de Emissieregistratie te verkrijgen. Deze nieuwe werkwijze leidt niet alleen tot lagere administratieve lasten, maar ook tot een kwaliteitsverbetering van de gegevens over schapen en geiten. Het I&R-systeem voor schapen en geiten bevat iets minder onderscheid tussen diergroepen dan nodig is voor de Landbouwtelling of Emissieregistratie. Door bij de betreffende veehouders nog wel het productiedoel op te vragen en een enkele aanname te doen, kunnen voor de meeste bedrijven alle benodigde aantallen schapen en geiten uit het I&R-systeem worden afgeleid.

Informatie uit I&R-systeem

Voor de veehouderij in Nederland worden via de Landbouwtelling diverse gegevens verzameld voor internationale verplichtingen, waaronder de Emissieregistratie. Het invullen van de jaarlijkse landbouwtelling is voor veel veehouders echter nogal arbeidsintensief. Bovendien kunnen bij het invullen van dieraantallen fouten optreden en levert een jaarlijkse momentopname niet voor alle doeleinden voldoende informatie op. Wageningen Research heeft op verzoek van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit onderzocht in welke mate het mogelijk is om de benodigde gegevens af te leiden uit de bestaande I&R-database voor schapen en geiten. In dit systeem worden schapen en geiten per dier geïdentificeerd middels een uniek nummer en wordt per dier onder andere het geboortejaar en verplaatsing naar een ander bedrijf of slachterij geregistreerd. Het voordeel van het gebruik van het I&R-systeem is dat deze registraties met een bepaalde regelmaat worden gecontroleerd en dat veehouders verplicht zijn om wijzigingen voor schapen en geiten binnen 7 werkdagen te melden bij I&R; voor geboorten geldt een meldtermijn van 6 maanden.

Afwijkingen door telling in lammerperiode

De onderzoekers hebben de landbouwtellingen van 2014 en 2016 als basis gebruikt om de aantallen dieren te vergelijken met het I&R-systeem. In de landbouwtellingen worden veehouders gevraagd om het aantal dieren te melden dat op 1 april aanwezig is. Deze aantallen zijn vergeleken met de aantallen schapen en geiten per bedrijf voor dezelfde data (1 april) uit de I&R-database. In principe zou het totaal aantal schapen en geiten dat een bedrijf meldt binnen de LBT precies moeten overeenkomen met het aantal dieren binnen I&R op 1 april. Voor veel bedrijven klopt dit inderdaad. Uit het onderzoek blijkt echter ook dat voor meer dan de helft van de bedrijven het aantal dieren tussen LBT-telling en I&R-systeem met meer dan 10 dieren verschilt. Waarschijnlijk is het feit dat de lammerperiode voor de meeste bedrijven rond de teldatum van 1 april valt, de belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van grote afwijkingen. De tellingen komen namelijk alleen overeen als alle lammeren met de juiste geboortedatum in I&R worden gemeld en als de veehouder precies op 1 april zijn schapen en lammeren heeft geteld. In het I&R is het echter niet verplicht om de exacte geboortedatum in te vullen; het doorgeven van het geboortejaar is voldoende. In veel gevallen wordt wel een datum gemeld, maar deze kan afwijken van de werkelijke geboortedatum.

Productiedoel opvragen blijft nodig

Het afleiden van de aantallen schapen en geiten uit I&R blijkt in principe goed mogelijk, maar het I&R-systeem bevat iets minder onderscheid tussen diergroepen dan nodig is voor de Landbouwtelling of Emissieregistratie. Door bij de betreffende veehouders nog wel het productiedoel op te vragen en een enkele aanname te doen, kunnen voor de meeste bedrijven alle benodigde aantallen schapen en geiten uit I&R worden afgeleid. Voor enkele bedrijven is een aanvullende verdeling over productiedoelen nog nodig. Bij de Gecombineerde opgave 2018 is deze werkwijze voor schapen en geiten voor het eerst toegepast, in navolging van rundvee, waar het gebruik van I&R als belangrijkste bron voor dieraantallen in de landbouwtelling al vanaf 2017 is ingevoerd.