Nieuws

Nederland moet hoofdrol spelen bij beteugeling CO2-uitstoot

Gepubliceerd op
20 mei 2014

De boodschap van het IPCC is consistent: het klimaat verandert, en het gebruik van fossiele brandstoffen is een van de hoofdoorzaken. Het monitoren van de resultaten van maatregelen is belangrijk. Maar Nederland laat een kans liggen om mee te doen aan een nieuw systeem van waarneming, zeggen Eddy Moors (Alterra) en Han Dolman (Vrije Universiteit). “Terwijl we eigenlijk een hoofdrol zouden moeten spelen.”

De boodschap van het IPCC is consistent: het klimaat verandert, en het gebruik van fossiele brandstoffen is een van de hoofdoorzaken. Het monitoren van de resultaten van maatregelen is belangrijk. Maar Nederland laat een kans liggen om mee te doen aan een nieuw systeem van waarneming, zeggen Eddy Moors (Alterra) en Han Dolman (Vrije Universiteit). “Terwijl we eigenlijk een hoofdrol zouden moeten spelen.”

Als we niet snel actie ondernemen lopen we een gerede kans op temperatuurstijgingen die niet alleen het leven op aarde beïnvloeden maar ook het maatschappelijk leven kunnen ontwrichten, is de boodschap van het IPCC. Onderhandelingen over het beteugelen van klimaatverandering verlopen moeizaam. Intussen is de concentratie kooldioxide in de atmosfeer de 400 ppm gepasseerd. In de afgelopen 800.000 jaar is die concentratie nooit boven de 280 ppm geweest. Moderne metingen vinden plaats sinds 1958 op de vulkaan van Mauna Loa in Hawaï. Maar het netwerk dat CO2-concentraties meet staat onder druk.

Alterra-onderzoeker Eddy Moors reageerde samen met VU-collega Han Dolman in Dagblad Trouw op deze ontwikkeling: “Metingen van broeikasgassen zijn niet alleen belangrijk om trends te kunnen vaststellen, maar ook om te zien of landen zich aan de afspraken houden en of het beleid het gewenste effect heeft. Voor die laatste twee is een dicht netwerk noodzakelijk. Er zijn satellieten in de planning die op zeer kleine ruimtelijke schaal de uitstoot kunnen bepalen. Alleen vanuit de ruimte lukt dat echter niet, metingen op de grond blijven nodig om precies vast te kunnen stellen hoeveel CO2 bijvoorbeeld een nieuwe kolencentrale uitstoot.

Deze ontwikkelingen vereisen een monitoringsysteem dat op de schaal van stedelijke gebieden als de Randstad kan bepalen hoeveel broeikasgassen worden uitgestoten. Bij de klimaatonderhandelingen worden deze gegevens boekhoudkundig aangeleverd via landelijke statistieken over brandstofverbruik en andere factoren. Deze informatie is niet echt vergelijkbaar met de precieze hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer, en daar gaat het wel om gaat bij klimaatverandering. In China zit bijvoorbeeld een gat van 0,25 Gigaton koolstof tussen twee gebruikelijke manieren van rapportage (20 procent van de totale Chinese uitstoot).

In Europa wordt gewerkt aan een nieuw waarnemingssysteem om die uitstoot te meten, het Integrated Carbon Observing System (ICOS). In landen als België, Duitsland, Finland en Frankrijk is de noodzaak onderkend en zijn budgetten vrijgemaakt. In Nederland niet. Gezien de hoge uitstoot van Nederland zouden we een belangrijke rol moeten willen spelen in zo’n systeem. Het ontwikkelen van innovatieve methoden om uitstoot in landbouw en energie tegen te gaan, zoals het kabinet wil, zou hand in hand moeten gaan met een waarnemingssysteem om vast te stellen hoeveel we besparen.

De voormalige president Ronald Reagan zei het treffend, toen men tot afspraken kwam over de ontmanteling van de toenmalige wereldbedreigende nucleaire capaciteit: “Trust but verify”. Vrij vertaald: maak afspraken, maar zorg wel dat je weet wat er gebeurt. Dat principe is bij de huidige wereldbedreigende klimaatverandering even belangrijk en de Nederlandse politiek zou zich dat moeten aantrekken. Nederland moet een hoofdrol spelen in de beteugeling van CO2-uitstoot door zich zo snel mogelijk aan te sluiten bij de Europese initiatieven. Gebeurt dat niet, dan verliest Nederland haar geloofwaardigheid als betrouwbare partner in de klimaatonderhandelingen.”

Bron: Trouw 13-05-2014