Nederlands beleid voor mondiale ontwikkeling vraagt om investeren in kennis

Nieuws

Nederlands beleid voor mondiale ontwikkeling vraagt om investeren in kennis

Gepubliceerd op
20 maart 2018

Nederland wil zich maximaal inspannen om de mondiale Sustainable Development Goals uiterlijk in 2030 te realiseren. Als kennisland kunnen we hieraan een betekenisvolle bijdrage leveren. Uit de recente metingen van CBS blijkt dat er voor Nederland positieve ontwikkelingen zijn, internationaal is dat heel divers.

De grote vraagstukken waar de SDG’s aan refereren, zijn gezondheid & armoedebestrijding, (jeugd) werkeloosheid, voedselzekerheid en klimaatverandering. Deze vraagstukken hangen sterk met elkaar samen en hebben mondiale impact. Kijken we bijvoorbeeld naar de lagere-inkomensgroepen en allerarmsten in de wereld, dan profiteren zij nauwelijks van de economische groei die in veel low and middle income countries plaatsvindt. Volgens het World Food Program hebben 800 miljoen mensen niet genoeg te eten, terwijl nog eens twee miljard mensen structureel essentiële voedingsstoffen tekortkomen. Het rapport “The State of Food Security and Nutrition in the World 2017” toont aan dat het aantal ondervoede mensen is gestegen van 777 miljoen in 2015 naar 815 miljoen in 2016. Dit is een trendbreuk met het verleden als gevolg van het grote aantal chronische crises in de wereld. 

Het is goed dat het nieuwe kabinet in het regeerakkoord verklaart de ‘grondoorzaken’ aan te willen pakken. Als kennisland kunnen we daarin echt van betekenis zijn. We zijn klein, maar niet zonder betekenis. Met onze kennis creëren we systemen die enorm efficiënt zijn in productie en ook steeds duurzamer. Niet voor niets is Nederland tweede voedselexporteur wereldwijd, wat wereldwijd de aandacht trekt. Het hele domein van voedselproductie is een belangrijk onderdeel van de Nederlandse export en economie, in 2017 goed voor 100 miljard export en bijna 10% van de werkgelegenheid in Nederland.

Nederland: klein maar efficiënt

Met onze kennis spelen we een belangrijke rol in het bestrijden van honger in de wereld, versterken we de achterstandspositie van groepen mensen en kunnen we samen met internationale partners interventies inzetten tegen klimaatverandering. Op gebieden als landbouw, watermanagement, voedselzekerheid en logistiek en combinaties daarvan is Nederland leidend in de wereld. Onze systeemaanpak, waarbij we ons richten op het gehele vraagstuk, de gehele keten, in plaats van op deelvraagstukken, is doeltreffend.

Onze vaardigheid in ‘polderen’ werkt in ons voordeel: door als kennispartners, bedrijven, overheid en maatschappelijk middenveld samen te werken, versterken we elkaar en bereiken we meer. Internationaal duurzame partnerschappen zijn essentieel voor samenwerking.

Om de context van de grote mondiale uitdagingen goed te begrijpen, hebben we goed opgeleide mensen nodig. De financiering van hoger onderwijs en onderzoek in Nederland blijft achter bij de eigen ambitie van de rijksoverheid. De grote vraagstukken van nu vragen om een gecombineerde inzet van fundamenteel onderzoek, toegepast onderzoek en menskracht ter plekke. We laten een enorme kans liggen als we niet genoeg goed opgeleide mensen afleveren en onvoldoende internationale stageplekken creëren. Onze (internationale) alumni werken bij kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties, de overheid en Nederlandse bedrijven overal in de wereld aan oplossingen voor de wereldwijde opgaven. Ook leiden we veel professionals op door trainingen en capaciteitsopbouw projecten.

Het nieuwe kabinet lijkt meer ruimte te scheppen voor onderwijs, onderzoek en ontwikkelingssamenwerking, getuige het regeerakkoord. Wij juichen dit toe en zeggen daarbij: een betere wereld begint met kennis. Het opleiden van jonge mensen en specifiek meisjes en jonge vrouwen is van belang om het groter wordende gat tussen hoog- en laagopgeleid en rijke en arme klasse te dichten. Gender sensitief onderwijs, informele vormen van onderwijs en volwassen educatie zijn, naast formeel onderwijs van belang voor ontwikkeling. Dit vraagt om een actieve rol van het kabinet om Nederlandse kennis te behouden, versterken en tot waarde te brengen.

Voorstel: zes pijlers

In onze visie zou het Nederlandse beleid voor duurzame ontwikkeling moeten rusten op de volgende zes pijlers (SDG COP):

1.   Sociale Innovatie: stimuleer Nederlandse Kennisinstellingen (fundamenteel en praktijkgericht) zodat innovatie als motor van de Nederlandse kenniseconomie kan (blijven) floreren en we verder kunnen bijdragen aan wereldwijde maatschappelijke doelen zoals verwoord in SDGs[5], bijvoorbeeld met kennisvouchers en vanuit onderzoeksgelden mee te investeren in innovatieve oplossingen gelieerd aan innovatie.

2.   Duurzame Voedselsystemen: investeer in klimaatbestendige en duurzame voedselsystemen die zowel innovatieve technologie, samenwerkingsrelaties als kennis bevatten.

3.   Governance/goed bestuur: investeer in de opbouw van overheden, het versterken van bestuurlijke capaciteit voor inclusieve instituten zowel voor markten, bedrijven als publieke sector instellingen.

4.   Capaciteitsopbouw: stimuleer kennisuitwisseling, educatie en capaciteitsopbouw door onder meer te investeren in studiebeursprogramma’s, (alumni) netwerken en studentenuitwisseling die de ambassadeurs voor de toekomst vormen.

5.   Ontschotten: Moedig partners zoals de humanitaire organisaties aan om buiten hun gangbare partners en netwerken te treden en partnerschappen te zoeken met kennisinstellingen, bedrijfsleven  en overheden. Ook vice versa, door bijvoorbeeld (internationaal) bedrijfsleven of donoren te stimuleren met Nederlandse kennisinstellingen te werken.

6.   Partnerschappen: Stimuleer de betrokkenheid van Nederlandse instellingen bij internationale netwerken, zodat de Nederlandse kennis tot waarde kan komen voor bedrijven en overheid en de instellingen goed zijn aangesloten op de nieuwste ontwikkelingen.