Persbericht

Nettoresultaat kottervisserij stijgt licht

Gepubliceerd op
12 december 2014

De totale opbrengst van de visserij wordt voor 2014 geraamd op € 402 miljoen, € 3 miljoen meer dan het jaar ervoor. Het grootste deel van de opbrengst wordt door de kottervisserij gerealiseerd: naar verwachting € 230 miljoen. Het nettoresultaat van de kottervisserij wordt geraamd op € 20 miljoen. Dit komt door een combinatie van verder afgenomen brandstofgebruik en daardoor lagere kosten, en een redelijke prijs voor vis en garnalen.

Door de in 2014 extra beschikbaar gekomen puls-toestemmingen is de platvisvisserij in vijf jaar tijd  nagenoeg volledig omgeschakeld van boomkorvisserij naar pulstechniek. Naast een duurzamere vorm van visserij met minder bodemberoering, minder ongewenste bijvangst (discards) en een lager brandstofverbruik is pulstechniek ook goed voor een efficiëntere tongvangst. Met deze selectievere vorm van visserij wordt de vangst van discards al aanzienlijk verminderd maar nog niet voldoende om de aanlandplicht (2016) het hoofd te kunnen bieden. De te verwachten hoge kosten van aanlanding van discards zullen de visserijsector financieel raken.

Met puls wordt met name tong (platvis) gevangen; door de efficiëntie van de visserijmethode wordt het quotum tong waarschijnlijk zo goed als opgevist. De puls-techniek voor de garnalenvisserij wordt nog niet breed toegepast en is nog in ontwikkeling. Dit vlootonderdeel kan daarmee waarschijnlijk nog een slag maken op het gebied van verduurzaming en verbetering van het rendement.

Olieverbruik kottervisserij drastisch gedaald

Het gasolieverbruik in de kottervisserij vertoont al sinds 2003 een dalende lijn. In 2013 was dit 103 miljoen liter terwijl in 2003 nog 272 miljoen liter brandstof werd verbruikt (-62%). Voor 2014 wordt verwacht onder de 100 miljoen liter brandstof uit te komen. De transitie van boomkorvisserij naar puls, het vissen met minder motorvermogen en de afname van de vloot hebben hieraan bijgedragen. Verwacht wordt dat in 2015 de brandstofkosten fors verder zullen dalen door een nog lager verbruik, in combinatie met lagere brandstofprijzen.

Vloot in ontwikkeling

Het aantal actieve visserijvaartuigen in de Nederlandse vloot is in de afgelopen drie jaren redelijk stabiel: van 625 vaartuigen (2012) naar 616 vaartuigen (2014). In de grote zeevisserij is het aantal vaartuigen afgenomen van 14 naar 8, waardoor aanzienlijk op capaciteit is ingeleverd. Het LEI verwacht met name in de kottervloot wel grote veranderingen in de komende vijf à tien jaar. Een deel van de grote kotters (40-metersegment) is verouderd. Deze schepen zullen mede vanwege algemeen betere toekomstperspectieven worden vervangen door (kleinere) nieuwbouwschepen. Hierin worden alle innovaties die nu plaatsvinden meegenomen, zoals zuiniger, duurzamer, en rendabeler. Ook in het segment garnalenkotters wordt een periode van (nieuwbouw)investeringen verwacht, vooral ook omdat het de laatste jaren financieel gezien goed is gegaan.