Nieuws

Nieuw kengetal classificatie bedrijven naast de Standaardopbrengst : Standaard Verdiencapaciteit

Gepubliceerd op
16 mei 2014

De nieuwe indicator SVC is ontwikkeld vanwege verschillen in verdienmarge tussen de sectoren: een akkerbouwer houdt van 100.000 euro opbrengsten meer inkomen over dan een varkenshouder. Om de structurele kenmerken en de economische resultaten binnen de agrarische sector gemakkelijker te kunnen analyseren en beschrijven, is een homogene classificatie van landbouwbedrijven noodzakelijk.

LEI Wageningen UR geeft middels een nota inzicht in de achtergronden, rekenschema’s, indelingen en normen die bij typering van bedrijven in gebruik zijn rond de Landbouwtelling 2014 van het CBS. Het gaat hierbij om de de NSO-typering met daarbinnen de Standaardopbrengst (SO), de Standaard Verdiencapaciteit (SVC) en het gebruik van deze gegevens.

Met de SVC is de bedrijfsgrootte van bedrijven meer gerelateerd aan arbeidsinzet en resultaat dan bij de SO het geval is. De SVC meet - anders dan de SO – met standaarden op toegevoegde waarde in plaats van op opbrengst. Hierdoor is het  een betere indicator voor de volwaardigheid van bedrijven dan de SO.

De SVC kent vijf standaard grootteklassen: van zeer klein (< 25.000 euro SVC) tot zeer groot (> 250.000 euro SVC). In 2013 is 45% van de 67.480 landbouwbedrijven ingedeeld bij de zeer kleine bedrijven en 6% bij de zeer grote. Die kleine bedrijven omvatten ongeveer 5% van de totale agrarische productie (gemeten in SO), die grote bedrijven ongeveer 40%.

Het LEI heeft de SVC inmiddels toegevoegd aan haar online rekentool. Met deze tool kunnen bijvoorbeeld koeien en peren bij elkaar worden geteld en kan de economische bedrijfsomvang en het bedrijfstype (specialisatiegraad) van agrarische bedrijven worden berekend. Daarmee wordt bijvoorbeeld antwoord verkregen op de vraag of je een melkveehouder bent of een gemengd bedrijf.