Nieuws

Nieuw type vaccin tegen blauwtong ontwikkeld: Veilig en goedkoop in gebruik

Gepubliceerd op
27 juni 2014

Met een nieuw type vaccin, dat met de modernste technieken is ontwikkeld, heeft CVI een vaccin in handen tegen het door knutten verspreide blauwtongvirus serotype 8. Het vaccin is niet alleen veilig, maar ook met een lage dosering zijn dieren al op drie weken na één vaccinatie beschermd tegen blauwtong. Toepassing voor andere serotypen van het blauwtongvirus ligt in het vooruitzicht.

In proeven met schapen bood het nieuwe vaccin volledige bescherming zonder enige bijwerking – er werd na infectie van gevaccineerde dieren zelfs geen koorts gemeten. Er wordt momenteel onderzocht of de gebruikte dosering misschien nog omlaag kan, en of eventueel een hervaccinatie nodig zal zijn voor langdurige bescherming. Dit vaccinvirus wordt daarnaast niet in het bloed aangetoond en kan dus niet door knutten opgenomen en verder verspreid worden.


Blauwtong 2006
In augustus 2006 werd Nederland verrast door een blauwtonguitbraak van het voor Europa onbekende serotype 8. Alle herkauwers kunnen geïnfecteerd worden door beten van knutten die al eerder blauwtongvirus hebben opgenomen tijdens een bloedmaal op een geïnfecteerd dier. Echter, met name schapen vertonen ziekteverschijnselen na infectie. Naast dierenleed en schade voor de individueel getroffen dierhouders waren er grote economische gevolgen van de blauwtonguitbraak, vanwege het langdurig stilliggen van de export van Nederlandse herkauwers.
Diverse serotypen van blauwtongvirus komen momenteel voor in Zuid-Europa en Afrika, maar ook in andere delen van de wereld. De kans dat blauwtongvirus opnieuw in Nederland terechtkomt is reëel  door de vele internationale transporten van dieren en dierlijke producten, en ook van planten en toerisme die ‘gewoon’ knutten (met virus) meenemen.

Door knutten overgedragen ziekten
De in Nederland voorkomende knuttensoorten kunnen virussen overdragen zoals de uitbraken van blauwtong en Schmallenberg hebben laten zien. Door klimaatveranderingen kunnen ook meer exotische knuttensoorten naar Nederland komen die het blauwtongvirus overdragen. Behandeling van geïnfecteerde dieren is vaak niet mogelijk en voorkómen van infectie door vaccinatie is de beste bestrijding van insecten-overdraagbare virusziekten. De huidige vaccins, die levend afgezwakt virus of geïnactiveerd virus bevatten, kampen allemaal met één of meerdere ongewenste neveneffecten. Ook zijn deze vaak niet of voor maar een beperkt aantal serotypen beschikbaar. De internationale roep om een verbeterd en breed toepasbaar vaccin is overduidelijk.

DISA-vaccin

Het vaccinvirus komt niet in het bloed terecht, kan niet door knutten kan worden opgenomen en daardoor ook niet naar andere dieren worden verspreid.  Het vaccin blijft dus uitsluitend in beperkte mate circuleren in het gevaccineerde dier, waarmee het DISA-principe wordt bereikt. DISA staat voor disabled infectious single animal.

Veilig vaccin
Het DISA-vaccin dat bij CVI binnen de afdeling Virologie ontwikkeld is, bevat alle goede eigenschappen van bestaande vaccins zonder de nadelen ervan. Het vaccin is gebaseerd op een bestaand vaccinvirus tegen serotype 6, dat aangepast is voor serotype 8 en waarin één viruseiwit ontbreekt. Het aanpassen van het serotype is ook mogelijk voor andere serotypen. Het ontbreken van het viruseiwit verzwakt het vaccinvirus en maakt het vaccin veilig. De vaccinkandidaat biedt snelle en volledige bescherming tegen blauwtongvirus serotype 8. Door het ontbreken van het ene viruseiwit worden er door vaccinatie geen antilichamen tegen dit eiwit opgewekt. Daarom kan er na vaccinatie aangetoond worden of er een infectie met circulerend virus plaatsvindt die geen ziekte veroorzaakt. Deze informatie is belangrijk bij het bestrijden van virusuitbraken. Daarom is dit DISA-vaccin ook potentieel geschikt als DIVA-vaccin, zodat eventueel geïnfecteerde dieren aangetoond kunnen worden in een gevaccineerde koppel (DIVA principe: Differentating Infected from Vaccinated Animals).

Het betreffende, in het DISA-vaccin ontbrekende, viruseiwit speelt een belangrijke rol: 1) in het ziekmakend vermogen van het blauwtongvirus (virulentie); 2) in de vermeerdering van het virus in het bloed (viremia); 3) in de virusuitscheiding van insectencellen;  en in 4) het onderdrukken van de afweerreactie van het dier na de virusinfectie. Door het ontbreken van dit eiwit in het vaccin – door genetische informatie te verwijderen -  maakt vaccinatie de dieren niet ziek maar beschermt ze wel, terwijl het vaccin niet verspreid kan worden door de knut. Het belangrijkste van deze vinding is wel dat alle gunstige eigenschappen - waaronder DISA en DIVA - ‘gekoppeld zijn’ namelijk door een en dezelfde verandering in het blauwtongvirus.