Nieuws

Nieuwe knuttensoort, mogelijke verspreider dierziekten, in Nederland

Gepubliceerd op
20 januari 2015

In het voorjaar van 2014 is in een wekelijkse CVI-surveillance naar knutten die zich voeden op Nederlands vee een nieuwe knuttensoort aangetroffen. Het gaat hier om een onbekende subsoort van het Obsoletus complex met duidelijk afwijkende donkere vleugels van beschreven subsoorten.

Van knutten van het Obsoletus complex is bekend dat de subsoorten scoticus en obsoletus sensu stricto in Nederland het Schmallenbergvirus (SBV) en zeer waarschijnlijk ook het blauwtongvirus (BTV) overbrengen. Of de nieuwe subsoort, die voorlopig ‘dark obsoletus’ wordt genoemd, ook deze dierziekten kan overbrengen is nog niet bekend.

Sequentie van het genetisch materiaal van ‘dark obsoletus’ ondersteunt haar status van een afzonderlijke soort, de sequenties verschillen significant van die van Culicoides obsoletus (Meigen) (90–91% homologie) en Culicoides scoticus Downes & Kettle (87–88% homologie). De afgelopen tien jaar zijn verschillende onderzoekers in Europa gestuit op ‘mysterieuze soorten’ verwant aan C. obsoletus en sommigen hebben de sequenties beschikbaar gesteld in GenBank. Hieronder is een CO1 serie ingediend vanuit Zweden in 2012 ( ‘obsoletus 01, 02, or 03 MA-2012’) die voor 99% overeenkomsten vertonen met de in Nederland gevonden ‘dark obsoletus’.

Zeer waarschijnlijk vertegenwoordigt de in Nederland gevonden nieuwe subsoort samen met de Zweedse vondsten een enkele nieuwe subsoort (‘dark obsoletus’). Of deze subsoort verwant is aan of dezelfde is als de in Rusland op externe morfologie beschreven Culicoides gornostaevae Mirzaeva (recentelijk gemeld vanuit Noorwegen, Zweden en Polen) is nog niet helder.

Van ‘dark obsoletus’ werden in de surveillance alleen vrouwtjes aangetroffen. De onderzoekers gebruikten voor de surveillance onder andere vanglampen. Minder dan 1% van deze vangsten bestaan uit mannetjes. Vanwege het feit dat er in het voorjaar van 2014 geen SBV of BTV in Nederland voorkwam, kan niet worden vastgesteld of deze nieuwe subsoort ook een mogelijke vector voor SBV en BTV is.

Het gegeven dat er in West-Europa meerdere onbeschreven - aan C. obsoletus verwante - soorten voorkomen, betekent dat de classificatie van deze belangrijke vector van dierziekten nog niet volledig is. Dit houdt in dat we nog maar weinig weten over deze onbeschreven subsoorten voor wat betreft seizoengedrag, geografische spreiding en voorkeur voor diersoorten voor hun bloedmaal. De door culicoides overgedragen arbovirussen veroorzaken ziekten bij landbouwhuisdieren en komen steeds meer vanuit de tropen naar het noorden. Meer onderzoek naar eventuele nieuwe soorten blijft daardoor hard nodig.

Ook in de komende drie jaar zal CVI de wekelijkse surveillance van knutten bij landbouwhuisdieren en paarden uitvoeren. Naast informatie over o.a. mogelijke verschuiving in verdeling van knuttensoorten tussen verschillende jaren en seizoensgedrag, kunnen de gevangen knutten worden gebruikt voor diagnostiek op aanwezigheid van SBV en BTV en mogelijk andere “new-emerging” arbovirussen.