Nieuws

Nieuwe krielvormen van de traditionele Nederlandse hoenderrassen geven extra genetische variatie

Gepubliceerd op
17 april 2018

De recent gevormde kleinere (kriel)variant van de grote hoenderrassen zijn genetisch verschillend van de traditionele (grote) Nederlandse hoenderrassen en van de oorspronkelijke krielrassen. Enthousiaste fokkers hebben, door het kruisen van dieren van de traditionele grote rassen met dieren van krielrassen van (niet-)Nederlandse oorsprong, nieuwe rassen gevormd met andere genetische variatie. De andere kant van het verhaal is dat de genetische gelijkvormigheid tussen sommige rassen is toegenomen.

Zo bleek in het onderzoek van de Fries hoen kriel en de Groninger Meeuw kriel, dat beide rassen genetisch veel op elkaar lijken. Ofwel in andere woorden, deze twee rassen hebben verschillende namen, maar vertonen genetisch veel gelijkenis. En dat is logisch verklaarbaar: de Groninger Meeuw kriel is het resultaat van kruisingen tussen grote Groninger Meeuwen en Fries hoen krielen.

 

Voor alle rassen geldt dat de genetische diversiteit binnen de rassen laag is, hoofdzakelijk vanwege intensieve selectie op specifieke eigenschappen en door paringen tussen verwante dieren. Inteelt vergroot de kans op erfelijke aandoeningen en minder vitaal nageslacht. Als vervolg op bovenstaand onderzoek starten Wageningen University & Research, Animal Breeding & Genomics en het Centrum voor Genetische Bronnen, Nederland (CGN) samen met de speciaalclubs vervolgonderzoek. Per paring of foktoom wordt informatie van nakomelingen verzameld. Voor dit onderzoek zijn vier rassen gekozen: de Eikenburger kriel, een ras met veel inteelt, de Nederlandse Uilebaard, een ras met lage inteelt. Daarnaast het Twents hoen en de Lakenvelder, beide rassen die genetisch gezien op relatief grotere afstand staan van de andere Nederlandse rassen. Fokkers die broedseizoen 2018 mee willen doen kunnen hiernaast het

 

De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het tijdschrift Heredity. Het onderzoek maakt onderdeel uit van het EU Horizon 2020 project IMAGE.