Nieuwe methode helpt ondernemers bij opzetten biobased productieketen

Nieuws

Nieuwe methode helpt ondernemers bij opzetten biobased productieketen

Gepubliceerd op
7 oktober 2014

Biomassa heeft veel potentie als bron voor bulkproducten, zoals melkzuur of ethanol. Maar in de praktijk is het lastig om succesvolle productieketens te ontwikkelen. In opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft Wageningen UR Food & Biobased Research een methode ontwikkeld die bedrijven en overheden kan helpen bij het opzetten van biobased ketens, van grondstof tot eindproduct.

Volgens senior onderzoeker Wolter Elbersen van Food & Biobased Research is de methode vooral bedoeld voor ondernemers en investeerders die een biobased productieketen lokaal willen opzetten of voor export naar Nederland of andere EU-landen. ‘Zij vinden het vaak lastig om te beoordelen of het opzetten van een biobased productie- of exportketen haalbaar is of hoe je deze commercieel opzet. Deze methode maakt inzichtelijk welke factoren daarbij een rol spelen.’

Stappenplan

De methode is te zien als een stappenplan voor de ontwikkeling van een biobased exportketen. Het bevat allereerst een indeling van verschillende soorten biomassa. Volgens onderzoeker Jan van Dam van Food & Biobased Research is daarbij gekeken, welke gewassen en producten het meest geschikt zijn en hoe de marktvraag zich naar verwachting zal ontwikkelen. ‘Vervolgens hebben we beschreven hoe ondernemers en investeerders met behulp van een SWOT-analyse kunnen beoordelen of een lokaal gewas een goed uitgangspunt is voor de ontwikkeling van een biobased handelsketen. Denk aan de beschikbaarheid van gewas en infrastructuur, de leveringszekerheid, de kosten en de mate waarin de grondstof duurzaam kan worden geproduceerd.’

Tot slot bevat de methode een lijst van criteria om te bepalen wat de meest geschikte locatie is om de conversie van grondstof naar verhandelbare producten te maken. Welk land beschikt bijvoorbeeld over de beste infrastructuur en het best opgeleide personeel? Waar zijn de operationele kosten het laagst en is de logistiek het best geregeld? En waar kun je de co- of bijproducten het beste tot waarde brengen? Denk aan warmte voor een warmtenet, CO2 voor CO2-bemesting of lignine voor nieuwe chemische producten.’

Vijf exportketens geanalyseerd

De methode is toegepast in Oekraïne, een land dat momenteel zware tijden doormaakt, maar over een omvangrijk potentieel aan biomassagrondstoffen beschikt. Van Dam: ‘We hebben daar vijf biobased exportketens geanalyseerd, waaronder de keten om uit maïs polymelkzuur te produceren, die vervolgens weer te gebruiken zijn voor allerlei biobased plastics, chemicaliën of brandstoffen. Een ander voorbeeld is de keten om uit suikerbiet bio-ethanol en biobased polyethyleen te maken.’

Gefundeerde keuzes

De analyse wees uit dat het in Oekraïne weliswaar goedkoper is om gewassen in Oekraïne zelf om te zetten in biobased bulkproducten, maar dat Nederland weer beter scoort op factoren als marktvraag, leveringszekerheid, infrastructuur en logistiek. Ook kan in Nederland meer waarde gecreëerd worden uit bijproducten, zo bleek uit de analyses.

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft het project gefinancierd als onderdeel van het programma Duurzame Biomassa Import.