Nieuwe roofwantsen beperken vestiging Nesidiocoris

Nieuws

Nieuwe roofwantsen beperken vestiging Nesidiocoris

Gepubliceerd op
23 januari 2018

In tomaat wordt steeds vaker de mediterrane roofwants Nesidiocoris tenuis (ook wel Nesi genoemd) gevonden. Deze soort kan een belangrijke bijdrage leveren aan de bestrijding van wittevlieg en de tomatenmineermot, maar geeft tegelijkertijd aanzienlijke gewasschade waardoor de rover in feite een plaag is. Afgelopen zomer is bij Wageningen University & Research, BU Glastuinbouw in een kasproef gekeken of de schade van deze ongewenste wants verminderd kan worden. Drie nieuwe soorten roofwantsen bleken de vestiging van Nesi aanzienlijk te kunnen terugdringen.

In de praktijk gebeurt het regelmatig dat een populatie van Macrolophus uiteindelijk verdrongen wordt door een ongewilde besmetting met Nesidiocoris. Deze wants is erg warmte minnend en ontwikkelt zich bij hoge temperaturen een stuk sneller dan Macrolophus, maar ook bij 20 graden heeft de wants al een kortere ontwikkelingsduur. De schade kan behoorlijk zijn door vruchtschade, groeimisvorming, maar vooral door stengels die breken door necrose. Selectief ingrijpen tegen deze wants is vrijwel onmogelijk. Alles wat wordt ingezet zal ook effect hebben op Macrolophus, met als gevolg dat ingrijpen ook de hele biologische bestrijdingssysteem van plagen verstoort.

Opzet kasproef

In een langlopende kasproef bij WUR Glastuinbouw in Bleiswijk is onderzocht of de vestiging van Nesi in tomaat beperkt wordt wanneer er al een populatie van andere wantsen gevestigd is. Om te bepalen of de dichtheden van deze wantsen ook beïnvloed worden door Nesi, zijn er ook controlebehandelingen meegenomen met deze wantsen zonder Nesi. De proef is uitgevoerd in grote insectenkooien met in iedere kooi één tomatenplant, cv Brioso, geënt, met 2 stelen. De proef liep van week 17 tot en met 38. Het effect op Nesi is beoordeeld voor drie soorten nieuwe roofwantsen, wat inclusief controlebehandelingen neerkomt op 7 behandelingen die in viervoud zijn getest. De populaties roofwantsen zijn tweewekelijks in de kooien geteld.

Verminderde vestiging

De roofwants Nesi kon zich in alle behandelingen vestigen, maar in de kooien waar eerst andere wantsen waren ingezet was de vestiging aanzienlijk minder dan in kooien zonder deze wantsen. De uiteindelijke populatiedichtheid van Nesi bij de drie geteste roofwantsen was gemiddeld  85, 92 en 95 procent lager ten opzichte van de controlebehandeling. Andersom was er geen significant effect van Nesi op de dichtheden van de andere wantsen. In het laboratorium is bevestigd dat de volwassen wantsen van de drie nieuwe soorten zich tegoed doen aan de jonge nimfen van Nesi. Het is nog onduidelijk wat zou zijn gebeurd bij de combinatie Macrolophus-Nesi, maar de praktijk leert dat Macrolophus dan vaak verdrongen wordt. Daarmee zou inzet van deze nieuwe wantsen een voordeel kunnen bieden ten opzichte van Macrolophus. Het is dan wel belangrijk te weten of ze even goed de belangrijkste plagen bestrijden. Al de roofwantsen bleken net als Macrolophus in staat om de tomatenmineermot te bestrijden. Komend jaar zal de bestrijding van kas- en tabakswittevlieg worden beoordeeld.

Project

Dit onderzoek valt onder het project  “Plaagbestrijding met omnivore roofwantsen”. Dit project is in 2016 van start gegaan en is een zogenaamde publiek-private samenwerking (PPS) waarbij het onderzoek voor de helft gefinancierd wordt door het ministerie van economische zaken en de ander helft door het bedrijfsleven. De bedrijfsfinanciering voor dit project komt van de gewascoöperaties tomaat, gerbera en roos, de Stichting Programmafonds Glastuinbouw en Koppert Biological Systems. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Wageningen UR Glastuinbouw en wordt gecoördineerd door LTO Glaskracht. Naast tomaat wordt er ook gekeken naar inzet van roofwantsen in gerbera en roos.