Oesterboorder bedreigt Nederlandse oestersector

Nieuws

Oesterboorder bedreigt Nederlandse oestersector

Gepubliceerd op
27 oktober 2015

De Nederlandse productie van de Japanse oester wordt bedreigd door de oesterboorder en een variant van het herpesvirus. Samen met de Nederlandse oestersector en het ministerie van Economische Zaken helpt Wageningen UR antwoorden te vinden op de uitdagingen waar de sector voor staat.

De Nederlandse oestersector produceert jaarlijks een kleine 20 miljoen stuks van de Japanse oester (C. Gigas), met een waarde van zo’n 5 miljoen euro. In Zeeland is de Japanse oester vooral bekend onder de naam Zeeuwse Creuse.

Zeeuwse creuse

De eerste uitdaging waar de sector voor staat is de oesterboorder (Urosalpinx cinerea; Ocinebrellus inornatus). Dit is een kleine slak die, zoals de naam het al zegt, een gaatje boort in de oester en daarna het vlees opeet. Zij doen dit met name bij jonge Japanse oesters, beter bekend als de Zeeuwse creuse. Hoe groot het sterftecijfer is in de Oosterschelde en Waddenzee als gevolg van de oesterboorder moet nog worden onderzocht. Die gegevens zijn hard nodig om aan de hand van deze cijfers een inschatting te kunnen maken van de potentiele schade voor de sector.

Geen gevaar volksgezondheid

Een ander probleem is het herpes virus (OsHV1-μvar). Reeds in 2008 werd dit virus gesignaleerd in Frankrijk, de grootste oesterproducent van de EU. Daarna is het virus verder verspreid. In Nederland werd het virus voor het eerst gesignaleerd in de Oosterschelde en is inmiddels opgedoken in de Waddenzee. Het is niet goed bekend hoeveel sterfte er precies is als gevolg van het herpes virus. Deze variant van het virus is voor mensen ongevaarlijk maar kan bij jonge oesters veel sterfte veroorzaken. Schattingen lopen uiteen van 15 tot 90%.

Jonge oesters prooi van oesterboorders

De gecombineerde impact van de oesterboorder en het herpesvirus kunnen er mogelijk voor zorgen dat de populatie Japanse oesters in (met name) de Oosterschelde substantieel zal verkleinen. Dit kan grote gevolgen hebben voor de oestersector en uiteindelijk ook voor de consument. Daarom hebben de overheid en de oestersector aan Wageningen UR gevraagd om de mate van sterfte en de potentiele economische schade voor de sector in beeld brengen. Ook zal er samen met de betrokkenen een strategie worden opgesteld om de risico’s op sterfte zo veel mogelijk te beperken. Er wordt samengewerkt binnen de Kenniskring Oesterkweek, waar oesterkwekers en wetenschappers kennis en ervaringen uitwisselen en gezamenlijk werken aan de uitdagingen waar de sector voor staat.