Omgaan met minder stabiele materialen in substraat

Nieuws

Omgaan met minder stabiele materialen in substraat

Gepubliceerd op
9 januari 2015

Naast houtvezel, schors en kokos vinden ook lokale reststromen als digestaat en compost vaker een toepassing in potgronden. De eisen aan een potgrondmateriaal zijn daarbij streng. Een samenvatting van onderzoek in de laatste jaren laat zien dat zowel door productietechniek als door advies vooruitgang is geboekt.

Productietechnieken helpen instabiele materialen stabieler te maken, te zoute materialen te spoelen en stikstofbindende materialen vooraf te verzadigen. Het gericht voorbewerken en mengen van de basismaterialen helpt daarbij om de afleverkwaliteit te kunnen garanderen. Advies is nodig om aangepast te bemesten op materiaal dat gemakkelijk afbreekbaar is zoals houtvezel en compost of op materiaal dat gemakkelijk meststoffen bindt zoals kokos en compost.

Mengen met veen

Op langere termijn lijkt er ook markt voor zuurstofloos verkolen (biochar door pyrolyse of torrefactie) en het stabiliseren door bindmiddelen. Belangrijke eigenschappen voor de beoordeling van de nieuwe materialen zijn stabiliteit, stikstofbinding, EC, natriumgehalte, herbevochtigingssnelheid, en water leverend vermogen. Opmerkelijk is dat veel nieuwe materialen baat hebben bij het opmengen met veen.


Niet-getorrefacieerd riet als substraat
Niet-getorrefacieerd riet als substraat
Getorrifacieerd riet als substraat
Getorrifacieerd riet als substraat